HOME

Geschiedenis Groot en Klein Wolfslaar, gemeente Nieuw-Ginneken door Ad.W.Jansen

Inleiding


T ussen de Bavelselaan in Ginneken en het Ulvenhoutsebos ligt het landgoed Wolfslaar.
Wanneer men vanaf de Bavelselaan via de Wolfslaardreef in de richting van het gelijknamige zwembad gaat, stuit men in de bocht van de weg op een fraai herenhuis met in de topgevel de naam 'Villa Groot-WolfsLaar".
Onwillekeurig vraagt men zich dan af: is er ook een " Kiein-Wolfslaar"? Dat is inderdaad het geval. De "kleine" tegenhanger van het "grote" landgoed moet men zoeken ten oosten van de Bavelse Leij een beek die door het landgoed stroomt.
Wanneer men de Bavelselaan vervolgt tot de kruising met de Overakkerstraat en bij het vroegere cafeetje "De Handpaal" rechtsaf gaat, komt men via een landelijke weg bij de reeds genoemde Bavelse Leij.
De Overakkerstraat zet zich hier op het grondgebied van Nieuw-Ginneken voort onder de naam "Klein Wolfslaar" Naast een modern landhuis aan de rechterzijde van de weg (Klein Wolfslaar nr.25) staat een fraai ijzeren toegangshek uit het begin van de twintigste eeuw, waarop deze naam in goudkleurige letters is aangebracht.
Hier begon vroeger een dreef naar het gelijknamige buiten, waarvan men de hoeve nog kan aantreffen onder het adres Klein Wolfslaar 13 (vroeger Roosbergseweg 13, Bave1).
Het gebied dat grenst aan de Bavelse Leij, het Ulvenhoutsebos en het landgoed Groot-Wolfslaar, heeft niet aIleen een bijzondere landschappelijke waarde, maar is zowel door de band met Groot-Wolfslaar als door de eigen ontwikkeling in de laatste eeuw, van grote cultuur-historische betekenis.

Groot- en Klein-Wolfslaar


D e geschiedenis van het "grote "landdgoed is reeds eerder beschreven door Dr.F.A.Brekelmans (t). Hoewel reeds in de zestiende eeuw een hoeve " Cleijn Wolfslaer" wordt vermeld, lag deze vermoedelijk op een andere plaats dan de boerderij uit de negentiende en twintigste eeuw. Dat blijkt uit de begrenzingen die in de oude acten worden aangegeven.
In 1567 verhuurde de eigenaar van Wolfslaar, Cornelis Wachmans aan Merten Adriaen Mathijs Meeren zone: "een hoeve, goeden ende erffenisse, nu genaemt Wolfslaer, opten Kerkwech gelegen". Van deze hoeve 1566 door de eigenaar het huis afgebroken en de naar elders overgebracht.
Aan de noordzijde grensde het erf aan de Kerkwech en aan de oostzijde aan 's heere straete n 1636 is er sprake van:
sekere hofstede mette steene daer op liggende ende erve mette heure toebehoorten, gehijten Cleijn Wolfslaer.
De oppervlakte bedroeg 2 1/2 bunder, ruim drie hectare Verkoper Mr.Dyrck met het 1644 aan naar was hoffstede Cleijn Wolffslaer, was Mr.Arnout van Zonst, koper zijn schoonzoon Wachmans.
Beide hadden geen verdere betrekkingen grote landgoed. Wachmans verkocht het geheel in Sr. Hendrik Eijckberch, die eveneens geen eigenaar was van Groot-Wolfslaar. Het betrof toen: eene oude onderlandt ende weijde, groot noord aan de gebuer of 2 1/2 bunder bij de Bavelstraet, bavelstraete hier half aen behoorende.
Tenslotte wordt de hofstede nog een keer onder deze naam vermeld in 1755 In dat jaar was Jan Aert Dirken de eigenaar. De boerderij en de grond van de familie Dirken lagen in de punt tussen de Bavelselaan en de Ulvenhoutselaan.
De conclusie is dan ook, dat het Cleijn Wolfslaer uit vervlogen eeuwen tussen deze twee lanen lag, ten noordwesten van het huidige landgoed Wolfslaar.
Een hoeve in het Bavels Broek Het huidige Klein-Wolfslaar ligt onder Bavel, ten oosten van de reeds eerder genoemde Bavelse Leij, die tevens de oostelijke begrenzing is van het landgoed Groot-Wolfslaar.
Deze beek vormt vanouds de grens tussen de dorpen Ginneken en Bavel en is nu nog steeds de grens tussen Breda en Nieuw-Ginneken.
Ten zuidoosten van deze beek lag vroeger een uitgestrekt complex van heidevelden, beemden en bossen. Het strekte zich uit vanaf IJpelaar tot Bavel, het Ulvenhoutsebos en de hoeve Vredenberg (Woestenbergse hoef). Het waren gemene gronden, gezamenlijk bezit van de eigenaren van de aanpalende boerderijen. Ook de heren van Wolfslaar hadden hier een aantal broekrechten , d.w.z. het recht om hier hun vee te laten grazen, plaggen te steken of hooi te winnen. Het gehele complex werd aangeduid als de gemeijnte van Wervenschot, Camerschot en Coppersheijninge. Wolfslaar grensde aan de oostzijde aan de gemeijnte van Wervenschot ( ). Bij een verkoping van Wolfslaar in 1623 door de weduwe van Mr. Lucas Staes behoorden er tot haar bezit vijf broekrechten. Verder verkocht deze Bredase apothekersweduwe ook nog ongeveer 2 bunder grond onder Bavel en 16 1/2 bunder hei 6 de genaamd De Leeuwerik, onder Bavel gelegen.
werden de gemeenschappelijke gerechtigden. eveneens In 1661 onder de gronden verdeeld
Daartoe waren er 105 kavels van ruim een bunder groot uitgezet, die aan de belanghebbenden werden toegewezen afhankelijk van het aantal broekrechten dat deze bezaten Het gedeelte van de vroeger gemeente van Wervenschot onder Ginneken werd later aangeduid als het Ginnekens Broek , terwijl het deel van de gemene gronden onder Bavel het Bavels Broek werd genoemd. De scheiding werd gevormd door een grote sloot, die door de huidige wijk IJpelaar liep en verder door de Bavelse Leij bij Wolfslaar. Na de familie Staes was de brouwersfamilie Van Bernagiën eigenaar van Wolfslaar. In 1688 verkochten de erfgenamen van Sr.Cornel is van Bernagiën via een openbare verkoping het landgoed (Groot) Wolfslaar aan Leonard van Erffrenten, oud-weesmeester en burger-capiteijn der Stad Breda. Het betrof:
eene hoeve mette huijsinge, schuere, hovinge ende erffe-nisse met alle hare toebehoorten ende metten erven daer aen behoorende, genaempt Groot Wolffslaer......tot Overacker, ende noch der parchelen van erven mitsgaeders in de gemeijnde van Wervenschot, Camerschot ende Coppersheijnin-ge, resp. totte voorschr.
hoeve behoorende ende depende-rende, groot de voorschr. hoeve ende erffenisse mette de broeckrechte tesamen omtrent de twintigh buijnderen..... oostw. aent Bavelsbroecke, suijtw.
het Ulvenschotsebosch, westw. de heere N.de Bie en Jan Mathijssen van Roij erven ende noortw. Bern. Montens, Johan Couweler, Johan Jagers en Jan Mathijssen van Roij 't samen erven ( ).

De Hoeve Ligtenberg


A angenomen wordt dat Leonard van Erffrenten rond het jaar 1700 op het landgoed Groot-Wolfslaar het eerste herenhuis heeft gebouwd.
Vermoedelijk heeft hij omstreeks dezelfde tijd op de gronden in het Bavels Broek, ontstaan uit de broekrechten die vanouds aan het landgoed verbonden waren, een hoeve gesticht. Daarmee heeft hij de grondslag gelegd voor het negentiende-eeuwse buiten Klein-Wolfslaar.
Na de dood van Leonard's zoon Cornelis in 1749, werd zijn boedel getaxeerd. Wolfslaar omvatte ongeveer 22 bunder grond (30 hectare) en werd geschat op bijna 12.000 gids.
Onder Bavel-Kerkeind, dus ten oosten van de Bavelse Leij, lag een huis met schuur, hof en land, groot 260 roeden, aan de oost- en noordzijde grenzend aan 's heren straat, verder aan eigen erf.
Bij de hoeve behoorde een aantal percelen grond: het Nieuwland', de Putbeemd , een perceel schaarbos genaamd de Erfrentenpolder , nog vier perceeltjes Putbeemd .
bos en land en een stuk heide nevens de grond. Dit 3.000 gids. besloeg ruim 12 bunder gedeelte van het De grond lag ongeveer 16 hectare landgoed word getaxeerd op tussen de huidige weg Klein Wolfslaar, de Bavelse Heide en het Ulvenhoutsebos.
Cornelis' weduwe, Cornelia Vereijck, hertrouwde met Abraham Mathias Chombach, luitenant-kolonel der- infanterie. Cornelia overleed in 1783, haar man in 1789, zonder directe nakomelingen.
De goederen werden zowel in 1783 als in 1790 opnieuw getaxeerd. Groot-Wolfslaar was toen, samen met enkele aanpalende percelen, 25,5 .bunder groot. Het grondbezit onder Bavel omvatte ruim 18 bunder, waarvan het grootste deel niet in cultuur was gebracht.
De totale waarde bedroeg in 1790 ruim 27.000 gids. Het meest opmerkelijke is echter de omschrijving van de boerderij in het Bavels Broek: een steede bestaande in huijs, stal, schuur, hof, boomgaard en land, geleegen onder Ginneken te Bavel
Kerkeijnd, genaamd Ligtenberg, groot 260 roeden, begrensd oost en noord 's heerestraat, zuid en west eigen erf, met de beuke nevens de schaapskooije . De hoeve, waarschijnlijk daterend van omstreeks 1700, moet tijdens het beheer van Chombach de naam Ligtenberg hebben gekregen.
Volgens Ir. Chr.Buiks verwijst deze naam naar de mindere kwaliteit van de grond. Het aan de Chaamseweg te Ulvenhout gelegen buiten Luchtenburg zou de wat meer Brabantse vorm van dezelfde naam kunnen zijn.
De hoeve Ligtenberg is de directe voorloper van de nu nog bestaande boerderij Klein-Wolfslaar. Groot- en Klein-Wolfslaar gescheiden bezit (1789-1852)
Na de dood van Chombach viel het bezit uiteen in verscheidene delen. De kern van het landgoed Groot-Wolfslaar met het herenhuis en de bijbehorende boerderij vererfde aan een neef Abraham Mattheas Cornelis van Bommel uit Haarlem, die zijn deel al spoedig via een openbare verkoping van de hand deed.
Enkele percelen grond, met name aan de Bavelse-laan, werden door de erfgenamen van de overledene afzonderlijk verkocht. De bezittingen in het Bavels Broek gingen naar de familie Van Heusden.
Uiteindelijk betekende dit, dat de dochter Perina van de Bredase schepen Mr.Jacobus van Heusden, dit deel van Chombach's nalatenschap in handen kreeg.
Perina Van Heusden was op 18 jarige leeftijd op 13 april 1789 in de Grote Kerk te Breda in het huwelijk getreden met een wat oudere weduwnaar: Abel Jan Koenders Storm van s-Gravesande, regerend schepen van Breda.
Uit dit huwelijk werden twee kinderen geboren. Na zijn overlijden in 1791 hertrouwde zij in 1794 met opnieuw een der schepenen van Breda: Mr.Elias Joel Luzac.
Deze was tevens ontvanger van Teteringen en secretaris van Ginneken en Bavel, Gilze en Rijen. Uit dit huwelijk werden opnieuw twee kinderen geboren.
Na zijn dood trouwde Perina in 1808 voor de derde maal, nu met de gepensioneerde kapitein Wilem Harmen Boon. Zij schonk hem een dochter.
Zij overleed in haar huis aan de Haven te Breda op 3 mei 1819, slechts 48 jaar oud.
Vermoedelijk heeft Perina van haar bezittingen in Bavel een zelfstandig buiten willen maken. Behalve de hoeve Ligtenberg bestond dit omstreeks 1800 uit een aantal met bomen beplante dreven, percelen bos, heide en boomgaarden.
De familie bleef echter wonen in Breda, waar Perina drie huizen bezat: aan de Haven, aan de westzijde van de Halstraat en aan de Cingelstraat.
Er kwam dus geen landhuis op het buiten in Bavel, waardoor het zich niet tot een echte buitenplaats heeft kunnen ontwikkelen.
Het bezit in Bavel moet voor de familie een buitenverblijf in de volle zin des woords zijn geweest, waar men vanuit de stad een dagje kon doorbrengen.
Op het eerste kadastrale minuutplan, opgemaakt rond 1827, staat een water tot vermaak aangegeven, met daarin op een eilandje een tuin.
Aan de Appeldreef stond, vlakbij deze waterplas, een koepeltje. Het water was niet meer dan een uitgegraven perceel tussen de Appeldreef en de huidige weg Klein Wolfslaar (zie bijgevoegde kaart).
foto 1 De westelijke kopgevel van de hoeve en de grote schuur, gefotografeerd in 1982. (coll. fam.Boeren-v.d.Veeken, Bavel)
foto 2 De van 1858 daterende boerderij Klein Wolfslaar, gezien vanaf het zuidwesten.
De kap is vernieuwd, maar de ondersteuningen zijn bewaard gebleven. De voorgevel van het woonhuis is opgetrokken in (gele) ijsselsteen, de zuidgevel in rode handvormsteen van hetzelfde formaat.
(foto Th.Neger, gemeente Nieuw-Ginneken)
Behalve de boerderij stond er nog een tweede huisje op het buiten. Het was echter al in 1806 onbewoond en werd vermoedelijk daarna niet meer verhuurd . bij een registratie van alle onroerende goederen in echter nog steeds als huis vermeld . bezat in dat jaar in Bavel totaal 33,5 waarvan slechts zeven hectare uit bouwland en 2,5 hectare uit weiland bestond. De rest was bos en waterplas en het koepeltje werden in 1816 lijk genoemd. In 1827 registreerde het Kadaster op naam van de erfgenamen Storm van ‘s-Gravesande 29 hectare grond, waarvan ongeveer 13 hectare in cultuur was gebracht; de rest bestond uit dreven, bossen, heidevelden en moerassen. De waterplas was ongeveer 75 are groot. Bij een regis-1816, werd het De weduwe Luzac hectare grond, heide.
De niet afzonder-Na het overlijden van Perina van Heusden in 1819 werd er een inventaris opgemaakt van haar nalatenschap.
Erfgenamen waren: de derde echtgenoot kapitein Boon en de nog in leven zijnde kinderen. Uit het eerste huwelijk was alleen de weduwe van Carel J.J.Storm van 's-Gravesande met haar kinderen in de boedel gerechtigd; verder waren er de twee kinderen uit het tweede huwelijk en de dochter uit het derde huwelijk.
De onroerende goederen bestonden uit drie woningen in Breda, een aantal goederen in Leidschedam afkomstig van haar eerste echtgenoot en de bezittingen in het Bavels Broek.
De boerderij werd in de acte als volgt omschreven: de hoeve Lichtenberg, bestaande in huizinge, stal, schuur en verder getimmerten, met de hof, boomgaard, landwegen, bosschen en plantagiën daaraan gehorende, staande en gelegen onder Bavel, jurisdictie van Ginneken, verhuurd aan de weduwe Vlaminckx voor Fl. 220,- per jaar.
Adriaan Vlaminckx (1745-1819) pachtte de hoeve in 1801, zijn weduwe bleef er wonen tot aan haar dood in 1832.
In dat jaar deden de erfgenamen Storm van 's-Gravesande de goederen in Bavel van de hand. Johannes de Vet, koopman te Breda kocht het geheel via een onderhandse acte op 7 december 1832.
Er volgt dan een periode van 20 jaar, waarin over de ontwikkeling van het buiten niets bekend is Groot- en Klein-Wolfslaar in handen van de familie Storm-Cuypers, (1852-1905) foto 3 Onder het linker raam is de eerste steen ingemetseld, in 1858 gelegd door Mr. L.D.Storm.
De voorgevel is nog in originele staat, met uitzondering van het raam boven de voordeur. Deur- en vensteropeningen hebben omlijstingen van rode handvormsteen. (foto Th.Neger, gemeente Nieuw-Ginneken)
foto 4 De eerste steen, gelegd op 12 mei 1858, is zo verweerd, dat de tekst bijna niet op foto was vast te leggen.
Op 27 febrauri 1852 verkocht Adrianus de Vet bij onderhandse acte het buitengoed Lichtenberg of Klein-Wolfslaar aan Mr. Lambertus Dominicus Storm. Deze was gehuwd met Isabella Angelica Jacoba Carolina Cuypers (Charlotte), zuster van Prosper Cuypers-van Velthoven, bouwheer van Anneville onder Ulvenhout.
Charlotte Cuypers stamde uit een aanzienlijke familie. In 1844 erfde zij, samen met twee zusters, van een oom van moederszijde Frederik van Mattemburgh (1785-1844), het landgoed Groot-Wolfslaar.
Enkele maanden later kocht zij haar zusters uit voor Fl. 10.000,-. Toen haar echtgenoot in 1852 Klein-Wolfslaar had aangekocht, waren de twee delen van het oorspronkelijke landgoed Wolfslaar na ruim zestig jaar weer verenigd.
Wanneer is de naam Ligtenberg definitief veranderd in Klein Wolfslaar ? Uit de onderhandse acte van 1852 blijkt, dat toen beide namen werden gebruikt. Daarna komt men de naam Ligtenberg echter niet meer tegen.
Bij de familie Storm heette het buiten, ter onderscheiding van het grote landgoed, uitsluitend Klein-Wolfslaar.
Overigens was het kleine deel van het verenigde landgoed bijna 30 hectare groot, terwijl de oppervlakte van Groot-Wolfslaar toen slechts 25 hectare bedroeg.
Behalve een grote boerderij omvatte dit laatste echter wel een herenhuis, terwijl op Klein-Wolfslaar slechts een hoeve en een kleine woning gesitueerd waren.
Deze hoeve was via de Appeldreef en een brugje over de Bavelse Leij verbonden met Groot-Wolfslaar.
De dreef, die nog steeds van oost naar west door het vroegere buiten loopt, moet dateren van het begin van de achttiende eeuw, toen de eigenaar van Wolfslaar L. van Erffrenten begon met het openleggen van zijn deel van het Bavels Broek en aan deze dreef de eerste hoeve bouwde (zie de kaart).
Mr.Lambertus Dominicus Storm (1790-1859) stamde uit een familie van juristen te 's-Hertogenbosch ().
Hij was van 1838 tot 1859 lid van de gemeenteraad van Breda en vanaf 1840 lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. De liberaal Storm was een der grondleggers van de nieuwe grondwet van 1848. Tussen 1852 en 1854 bekleedde hij bovendien het ambt van burgemeester van Breda. In 1834 trad hij in het huwelijk met de vermogende Isabella A. J.C.Cuypers.
Het echtpaar kocht een groot pand aan de Veemarktstraat in Breda, nu het woonhuis van de bisschop van Breda (nr.46). De familie telde drie kinderen. Mr.Storm overleed tijdens een rede in de Tweede Kamer op 3 juni 1859, waarna zijn vrouw erfgenaam was van zijn bezittingen, dus ook van Klein-Wolfslaar.
In de periode van zeven jaar, dat Mr.Storm eigenaar was van dit buiten, heeft hij dit geheel vernieuwd. De ongeveer anderhalve eeuw oude hoeve Ligtenberg liet hij in 1858 vervangen door een nieuwe boederij, die iets meer in oostelijke richting aan het einde van de Appeldreef werd gesitueerd.
De waterpartij en het koepeltje werden opgeruimd. In de westelijke kopgevel van de nog steeds bestaande hofstede vindt men naast de voordeur de eerste steen die hij hier in 1858 zelf heeft gelegd (zie foto 4).
De nieuwe hoeve en de grote schuur zijn aan de buitenzijde in hoofdlijnen in ongewijzigde vorm bewaard gebleven.
De grote, met pannen gedekte, overstekende kap, ondersteund door drie schoorbalken aan beide lange zijgevels ter plaatse van het terugspringende woongedeelte, is enkele jaren geleden vernieuwd.
De houten boeiboorden waren oorspronkelijk gekarteld. De zijgevels en de oostelijke kopgevel zijn gemetseld in rode handvormsteen in ijssel-formaat; de westelijke kopgevel, waarin zich de voordeur en de meeste vensters van het woongedeelte bevinden, is opgetrokken in gele ijsselsteen (zie foto 1, 2, 3).
Het stalgedeelte heeft slechts één dubbele rondboogpoort (foto 2). Aan de noordzijde van' de boerderij ligt de grote schuur, eveneens in rode steen gemetseld en met pannen gedekt. Het geheel is geclassificeerd als gemeentelijk monument, maar is voorgedragen als rijksmonument ).
Na het overlijden van haar echtgenoot ging Charlotte Cuypers in 1862 over tot een volledige renovatie van de buitenplaats Groot-Wolfslaar.
In 1869 betrok zij het door haar gebouwde nieuwe landhuis. Daarvoor was er al een nieuwe boerderij gebouwd, op enige afstand van het landhuis.
Charlotte Storm-Cuypers overleed op 21 februari 1886 in haar landhuis Wolfslaar. Erfgenamen waren haar drie kinderen. In 1890 werd de omvangrijke boedel onderhands verdeeld, waarbij zowel Groot- als Klein-Wolfslaar werd toebedeeld aan Maria Johanna Storm, gehuwd met Henri F.J.P.J. d'Eeckhoutte (28). In 1905 verkocht dit echtpaar het geheel voor Fl. 65.000,- aan de in Teteringen wonende bacterioloog Ernest G.H.M.Bemelmans. Voorlopig bleven de twee delen van Wolfslaar nog in één hand. foto 5 Een rustiek hoekje in de noordgevel van de boerderij. In de gevels zijn een aantal fraaie ventilatieroosters aangebracht. (foto A.W. Jansen, 1996) Intensieve kleinveeteelt op Klein-Wolfslaar (1911-1915) Bemelmans begon echter al na een maand delen van het landgoed te verkopen. Op 8 juni 1905 ging de boerderij van Groot-Wolfslaar met bijbehorende grond naar de Rotterdamse broodfabrikant Franciscus Teurlings. Het landhuis met dertien hectare grond werd op 18 juli 1910 voor Fl. 65.000,-overgedragen aan Jhr.Jacob K.W.Quarles van Ufford (29). Op 15 februari 1911 werd Klein-Wolfslaar voor Fl. 23.750, verkocht aan de Amsterdamse advocaat Mr.Jacobus Kappeijne van de Copello, die het reeds op 12 mei 1911 voor dezelfde prijs overdroeg aan de N.V.Eerste Nederlandsche Maatschappij van Kleinveeteelt te Ginneken (30).
Deze maatschappij was opgericht bij notariële acte van 26 april 1911, na verkregen koninklijke goedkeuring van 4 april 1911 (31). De aandeelhouders waren alle Amsterdammers en bovendien uit een beperkte kring afkomstig:
Pieter J.J.J van 'sHeer Arendskerke,
comissionnair in effecten,
zijn vrouw Hélène L.P.Le Fèbre de Montigny,
mejuffrouw Woutherina M.LeFèbre de Montigny,
Maria Chr. Roelants, weduwe van Johannes B.J.van 's Heer Arendskerke en Eduard Jonas, commissionnair in effecten.
Het maatschappelijke kapitaal bedroeg Fl. 25.000,-, verdeeld in 25 aandelen aan toonder.
Het was de bedoeling de vennootschap te laten voortbestaan tot eind 1986! Directeur was Johan J. Le Fèbre de Montigny.
De nieuwe maatschappij stelde zich ten doel: exploitatie van voor landbouw geschikte onroerende goederen, in de eerste plaats door fokken van en handel in kleinvee, met name varkens, schapen en pluimvee.
Meteen werd er op Klein-Wolfslaar een grote bouwactiviteit ontplooid. Aan de weg van Ginneken naar Bavel, nu Klein Wolfslaar geheten, werd in 1911, net op Bavels grondgebied, een woning gebouwd (nr.25, afgebroken en herbouwd), aan het begin van een dreef die vanaf dat punt naar de Appeldreef leidde.
Alleen het fraaie toegangshek, dat de hoofdingang van het complex moet zijn geweest, is hiervan bewaard gebleven (32).
Het staat op bijgevoegde plattegrond aangegeven als nr.6. Eveneens in 1911 begon men met de bouw van een houten gebouw aan de Appeldreef, net ten noordwesten van de hoeve (nu een aparte houten woning, nr.15; zie de plattegrond, bij nr.8).
In datzelfde jaar werden er een aantal houten bedrijfsgebouwen gezet op de percelen ten zuidwesten van de Appeldreef.
Een smalspoor leidde vandaar naar een kookhuis bij de boerderij. Daarnaast lag nog een houten gebouw van 40 meterlang en 6 meter breed. Ten zuidoosten van de boerderij verrees een houten graanschuur van 20 bij 10 meter (33).
De maatschappij exploiteerde enerzijds een vorm van intensieve veehouderij, anderzijds was het ook een modelbebedrijf KLEIN WOLFSLAAR
De houten onderkomens waren fraaie gebouwen, gerangschikt langs paden en keurige grasvelden. Dat blijkt uit een exclusieve ansichtkaart (zie foto 6), waarop het complex staat afgebeeld met daaronder de volgende reclametekst: te Breda en omstreken dagelijks aan huis prima tubercu-lose-vrije melk, karnemelk, boter, verse eieren en panklaar alle soorten geslacht pluimvee; toornen afzonderlijke vogels en broedeieren van alle soorten pluimvee; geprepareerde nesteieren, de hoenderluis dodend en daardoor de eieropbrengst vergrootend; fokvarkens; Wolfslaar-hoender-meel; Wolfslaar-meel voor varkens en koeien; verschillende geneesmiddelen tegen pluimveeziekten, enz .

Advertentie in de gids van V.V.V. Ginneken Vooruit (1917) In de boerderij was de Melkinrichting Klein Wolfslaar gevestigd. Op de ansicht ziet men de karren van de boeren uit de omgeving, die de melk kwamen afleveren. De melkont-vangst vond plaats aan de zuidzijde van de hoeve; de verwerking vond plaats in het stalgedeelte van de boerderij (34). foto 6 Een unieke ansichtkaart van Klein Wolfslaar uit de periode 1911-1915. De foto werd genomen vanaf de Appeldreef in de richting van de boerderij. Rechts hiervan de graanschuur , links o.m het kookhuis . Voor de hoeve de karren van de melkleveranciers. (coll. fam.Boeren-v.d.Veeken, Bavel)
foto 7 Het huis Klein Wolfslaar nr.25 werd in 1911 gebouwd en omstreeks 1977 vervangen door een nieuw landhuis. (foto L.C.Nouwens, architect H.B.O.Ulvenhout ) foto 8
Het huis Klein Wolfslaar nr.25 met rechts het van 1911 daterende toegangshek. (foto L.C.Nouwens, architect H.B.O. Ulvenhout )
Om de melkdistributie in Breda en omgeving goed en vooral hygiënisch te kunnen verzorgen werd in een voormalige timmerfabriek aan de Brugstraat in Ginneken-dorp (nu Duivelsbruglaan 28 en 30, Breda) een dependance van de melkinrichting gevestigd.
Allereerst werden hier met stoom de vaten, kannen en flessen gereinigd. Er was echter ook een melksalon aan verbonden met een terras op het voorterrein, waar de vermoeide wandelaar zich kon verfrissen met een glas melk of karnemelk, een alleraardigst zitje vlakbij de Duivelsbrug met uitzicht op het kasteel Bouvigne (35).
Tegen het plaatsen van een stoomketel hadden de omwonenden, die met grote moeite de timmerfabriek hadden laten sluiten, echter bezwaren.
Deze werden echter slechts ten dele door het gemeentebestuur gehonoreerd (36). Waarom al in 1915 een einde kwam aan de activiteiten van de maatschappij, is niet geheel duidelijk.
In October van dat jaar werden de onroerende goederen openbaar verkocht (37). Het houten (kantoor)gebouw, dat toen als landhuis met tuin werd aangeprezen, werd voor Fl. 1.985,- toegewezen aan Johannes Cornells van der Sanden, rentenier te Breda.
Voor een aantal percelen grond ter grootte van 12 hectare betaalde hij bovendien Fl. 12.175,-. De boerderij met ruim 16 hectare grond werd voor Fl. 26.600,- eigendom van de landbouwer Wilhelmus Lommers uit Bergeijk.
Verder werden er enkele percelen los verkocht. De totale opbrengst bedroeg Fl. 54.755,-, meer dan tweemaal het bedrag dat de aandeelhouders vier jaar daarvoor hadden neergeteld.
De hoge prijs voor onroerend goed in die periode zal dan ook, meer dan de bedrijfsresultaten, de reden van de liguidatie van de vennootschap zijn geweest.
De jongste geschiedenis (1915-heden)
Van der Sanden betrok het voormalige kantoorgebouw, waar hij echter slechts een jaar heeft gewoond. De landbouwer Lommers begon met het afbreken van de meeste houten loodsen en schuren, met uitzondering van de graanschuur, die tot omstreeks 1940 bleef bestaan.
Zowel Van der Sanden als Lommers verkochten omstreeks 1919 hun bezittingen aan de in Princenhage wonende fabrikant Johannes Laurens Henkes. De omvangrijke bezittingen van deze familie in Bavel besloegen omstreeks 1930 niet minder dan 120 hectare grond.
In dat jaar werd het gehele bezit ondergebracht in de H.V. Princenhage-Kapelle Culturen en Fabrieken, gevestigd te Princenhage.
Eigenaar was Ir Dirk J.Klink, direc-teur-generaal der N.V. Maatschappij tot exploitatie van de Limburgse Steenkolenmijnen.
Omstreeks 1940 bestond het bezit echter nog alleen uit de 29 hectare van Klein-Wolfslaar. Eind jaren zeventig kon Henricus C.P.Boeren, die de pacht van zijn schoonvader J.v.d.Veeken had overgenomen, de boerderij met zestien hectare grond in eigendom verwerven.
Van het oorspronkelijk grondbezit van Klein-Wolfslaar waren een aantal percelen afgestaan aan de gemeente Nieuw-Ginneken voor de aanleg van de verbindingsweg Ulvenhout-Bavel en de begraafplaats Ligtenberg.

Besluit

D e huidige hoeve Klein-Wolfslaar moet niet worden verward met de kleine hoeve van Wolfslaar , die in de zestiende en zeventiende eeuw aan de noordzijde van het huidige landgoed moet hebben gelegen.
Nadat deze al vóór 1600 was afgebroken, duurde het meer dan twee eeuwen, voordat de naam opnieuw wordt vermeld.
Leonard van etuienten moet omstreeks 1700 begonnen zijn met het openleggen van de tot het landgoed Wolfslaar behorende deel van het Bavels Broek, waar hij ook een hoeve stichtte.
In de tweede helft van de achttiende eeuw heette deze echter de hoeve Ligtenberg.
Door vererving kwamen in 1789 de twee delen van het landgoed in handen van verschillende eigenaren. Deze scheiding heeft geduurd tot 1852. In dat jaar kocht Mr. L.Storm de hoeve Ligtenberg, terwijl zijn vrouw Charlotte Cuypers al eigenaresse was van Groot-Wolfslaar. In deze periode, die tot 1905 heeft geduurd, veranderde de naam Ligtenberg definitief in Klein-Wolfslaar .
Storm bouwde hier in 1858 de huidige hoeve Klein-Wolfslaar. In 1905 kwam dit gedeelte voorgoed los te staan van Groot-Wolfslaar. Van 1911 tot 1915 was hier een maatschappij voor kleinveeteelt gevestigd.
Pas in de jaren zeventig kon de pachter de boerderij met zestien hectare grond kopen van de grootgrondbezitters.
Van het buiten uit de negentiende eeuw resteren nu nog de hoeve, de Appeldreef, die naar Groot-Wolfslaar leidde en een deel van de perceelsindeling. Tenslotte hoort ook het prachtige toegangshek bij het pand Klein Wolfslaar 25 tot de historie van het vroegere buiten.(zie foto 7 en 8 )

Aantekeningen

Gebruikte afkortingen:
A.R.A.- Algemeen Rijksarchief
G.A.B.” Gemeentelijke Archiefdienst Breda
G.A.N.G.- Gemeentearchief Nieuw-Ginneken
R.v.O.- Register van Overschrijving. Kadaster Breda
N- Notarieel archief tot 1842. G.A.B.
R- Oad-rechterlijk archief. G.A.B.
1. F.A.Brekelmans: Het landgoed Groot-Wolfslaar , in Jaarboek De Oranjeboom, dl.XVII, 1964, p. 134-165
2. G.A.B.afd I-Ib. R 472, f.215v..,217r, 1567. De kerkwech kan de huidige Wolfslaardreef zijn, of een pad vanaf Wolfslaar in de richting van de huidige rotonde op de Ulvenhuoutselaan. Met 'sheere straat wordt de Bavelselaan bedoeld.
3. G.A.B., R 692. f.165. 1636. De acten onder (2) t/m (5) zijn vermeld in Buiks, Veldnamen Ginneken. dl. 25, Overakker-II
4. G.A.B.. R 693. f.204v, 8-8-1644
5. N.D. 1919. f.13. 1755
6. Chr Baiks: Veldnamen in de voormalige gemeente Ginneken enBavel. nr. 3. p.103 e.v.
7. G7S7B.. R 692, f.39v, 1632
8. G.A.B.. R 690. f. 81v...83r. 22-8-1623
9. G.A.B.. R 695. f.135r...137v. 25-2-1661
10. G.A.B. R 698, f.lOOv en lOlr. 11-2-1688
11. De Bie was eigenaar van de hoeve Bevers1uijs aan de Bieberg
12. De eerste hoeve werd hier gebouwd tussen 1688 en 1749.
Volgens de oudste gemaal lijsten van Bavel-Kerkeind, stond de hoeve er zeker reeds in 1739 (G.A.N.G. nr 182).
De grond in het Bavelsbroek, grenzend aan het bos, staat aangegeven op een kaart van het Ulvenhoutsebos van 1698 (N.D. Hingman 1017, 350-351); zie ook een kaart van 1783 (A.R.A.. VTH 1678; copie in G.A.N.G.)
13. G.A.B., afd III-54b, R 176, f. 104r___106r, taxatie t.b.v. de collaterale successie, 1749
14. G.A.B., afd III-54b, R 177. f,217r...,222r, 1783: idem, R 178, f. 36v....41v, 16-12-1790.
15. G.A.N.G. 177, lijst van huisnummering, 1806
16. G.A.N.G. 1553, Relevé der gebouwde eigendommen 1816, Bavel Kerkeind, huisnr. 179: twee woningen met resp. 5 en 3 deuren en vensters
17. G.A.N.G. 1554, Relevé der ongebouwde eigendommen, 1816
18. G.A.B., afd.III-50, N 1255, acte 267, 17 en 18-5-1819
19. De hoeve was onder fideï-commis op de gezamenlijke kinderen van de overledene . Het betreft hier erflating over de hand . De testateur geeft de erfgenamen het genot van een goed met de last dit over te dragen aan een ander op een zeker moment of in een zeker geval.
20. Vermeld in R.v.O., dl.180—65, 27-2-1852; de onderhandse acte van 1832 is zelf niet gevonden. Voorafgaand aan de verkoop zijn door de rechthebbenden een aantal verklaringen getekend, die evenmin in het notarieel archief in minuut aanwezig zijn.
21. Zie (20); het goed was aangekomen bij onderhandse acte van 7 november 1832. De omvang bedroeg ongewijzigd 29.18.88 ha. Zie kadastrale legger Ginneken. art. 478a en 1118
22. G.A.B.. afd. III-50, testament N 1395, acte 78, 14-8-1841; Van Mattemburgh overleed op 18 november 1844. Het landgoed was verhuurd. De bedoeling van de testateur was dat de ouders van Charlotte het levenslang zouden kunnen bewonen.
23. Zie (1), p. 150
24. Op het kadastrale minuutplan van omstreeks 1827 wordt het buiten echter aangegeven als Kleine Wolfslag , De naam Ligtenberg is herleefd in de begraafplaats De Ligtenberg aan de Deken Dr. Dirckxweg. aangelegd op grond van het vroegere buiten.
25. Tot in de twintigste eeuw was de dreef aan weerszijden beplant met appelbomen (goudreinetten). Op het buiten waren bovendien enkele weilanden beplant met fruitbomen. Informatie mevrouw Boeren-v.d.Veeken
26. Juten: Het landgoed Groot-Wolfslaar , in Taxandria , 1901, p. 289 e.v.; Zie ook: G.A.B., afd IV-18, collectie Storm. De familie was niet direct verwant met Storm van 's-Gravesande; in 1826 was Groot-Wolfslaar verhuurd aan de weduwe van generaal Storm . Het betreft hier moge lijk de -niet adelijke- familie Storm de Grave, waarin een aantal militairen voorkomen. Lt-gen.Adriaan W.Storm de Grave overleed te Breda in 1817. Zie Molhuijsen e.a.: Nieuw Ned. Biogr. Woordenboek, dl. 5.'1921
27. Zie de beschrijving op de monumentenlijst Nieuw-Ginneken. 1995. In een advertentie betreffende een openbare verkoping in 1915 werd de hoeve van Klein-Wolfslaar een Hollandse boerderij genoemd. Het woonhuis heeft de ingang niet aan de lange zijde, maar in de kopgevel.
28. Zie (l), p. 150
29. Zie (1), p. 151
30. R.v.O., dl 1023-133; idem, dl. 1028-54
31. G.A.B.. notarieel archief 1906-1915, nts.W.J.H.Verheggen, acte 198. 26^4-1911; K.B. nr.38, 4-11-1911
32. Het hekwerk is ontworpen en geproduceerd door de firma Braat in Delft. In de hekken treft men het zweepslagmotief en andere artnouveau kenmerken aan. De balusters in de zuiltjes worden bekroond door kapiteeltjes in neo-renaissance stijl. De letters zijn echter van recente datum (informatie drs. E.M.Dolné). De woning werd aangevraagd als woning voor de rijksveldwachter , maar werd volgens de overlevering als kantoor gebruikt.
33. G.A.N.G. 1888a, Reaister bouwvergunnirxjen Ginneken en Bavel, 1897-1942; 1911: nrs 14, 18 en 30; 1912; nr.16; zie ook de bouwtekeningen. G.A.N.G. 1890, nrs 9, 10, 11, 12 en 70. Het houten gebouw was volgens de tekening bestemd voor het kantoor van de maatschappij. Volgens de huidige bewoner was hierin echter de meelfabriek gevestigd, die men eerder in de graanschuur zou verwachten.
34. Informatie van de huidige eigenaar, de familie Boeren. Aan de zuidgevel zou een tekst zijn aangebracht Melkinrichting Klein Wolfslaar, van de Eerste Nederlandsche Maatschappij voor Kleinveeteelt .
35. Advertentie in de gids van de V.V.V. Ginneken-Vooruit . 1917. De maatschappij werd echter al in 1915 opgeheven.
36. G.A.N.G. 1864. Register Hinderwetvergunningen, nr. 85, 2-5-1914:
37. G.A.B., not.archief 1906-1915. nr. 16, nts.Verheggen, acte 252, 268, 272 en 273; 25-10, 8-11 en 16-11-1915

Bron:Brieven van Paulus, Ad W. Jansen