HOME

BAVEL HEEFT DE OUDSTE TORENKLOK VAN DE BARONIE VAN BREDA

In de kerktoren van Bavel hangt een klok van zeer hoge ouderdom. Om precies te zijn: zij strooit al 556 jaar haar klanken uit over dit dorp, zonder dat de meeste inwoners zich realiseren wat een eerbiedwaardig instrument deze klanken voortbrengt. De monumentale klok werd gegoten in 1463 ten behoeve van de allereerste Brigidakerk, die tussen 1250 en 1488 aan het begin van de Dorstseweg heeft gestaan.
Vervolgens verhuisde zij mee naar de tweede Brigidakerk aan de Kerkstraat 1 (waar nu het oude kerhof is gesitueerd), waar zij vier eeuwen dienst heeft gedaan.
De 556 jaar oude Brigidaklok in de toren van Bavel (foto A.W. Jansen, 6 april 1999).Vanaf 1888 hangt de Brigidaklok in de O.L.Vrouw Hemelvaart-kerk, het huidige kerkgebouw van Bavel.De eerlijkheid gebiedt te melden, dat Brigida niet dagelijks haar stem doet klinken. Meestal hoort u de grote klok, die in 1950 in gebruik werd genomen. Deze is toegewijd aan Maria,sedert 1855 de eerste patrones van de Bavelse parochie. Het opschrift op deze 1100 kilogram zware klok luidt geheel in de geest van die tijd dan ook:

Tekst die op de klok staat:

Brigyda vocor. Anno Dni MCCCCLXIII, Joh s et Wilhelmus Hoerken me fecerunV
(Ik word Brigida genoemd, in het jaar onzes Heren 1463 hebben Johannes en Wilhelmus Hoerken mij gemaakt).

BAVEL
TUSSEN DE KERK EN 't HAANTJE

De bebouwing van Kerkstraat en Brigidastraat in historisch perspectief


door Ad Jansen


Inleiding

De beschrijving van de bouwgeschiedenis van de Bavelse Kerkstraat. Het gaat hierbij om de Kerkstraaten het gedeelte van de Brigidastraat tussen de kerk en de Deken Dr.Dirckxweg. Begonnen wordt met de vraag, hoe belangrijk dit dorp vroeger is geweest in vergelijking met de twee anderevan de voormalige Heerlijkheid Ginneken en Bavel, met name Ginneken-dorp en Ulvenhout. Na de situatie zoals deze zich in de het begin van de negentiende eeuw voordeed, komt de verkaveling van de grond langs de straat aan de orde, waarbij enkele oude families een grote rol hebben gespeeld. Tenslotte wordt in een bijlage de bouwgeschiedenis per huisnummer in het kort aangegeven.

Ginneken en Bavel

In 1328 kreeg de Bredase drossaard Klaas van Nispen van de Hertog van Brabant opdracht om in alle daarvoor in aanmerkingkomende dorpen schepenbanken op te richten. In feite ontstond toen de Heerlijkheid Ginneken en Bavel.
Hiertoe behoorden niet alleen deze twee dorpen, maar ook Heusdenhout, Ulvenhout, Galder en Strijbeek. Ginneken en ook Bavel hadden al in de dertiende eeuw een kerkje, waaronder een aantal gehuchten ressorteerden. Heusdenhout, Galder en Strijbeek kregen vanuit Ginneken omstreeks 1500 een eigen kapel, maar Ulvenhout bleef voor de kerkgang geheel op Ginneken aangewezen.
De toen in één heerlijkheid samengevoegde dorpen en gehuchten vormden vanaf 1810 een burgerlijke gemeente. Het uiteen vallen hiervan in de twintigste eeuw is voldoende bekend: in 1942 kwam Ginneken-dorp bij Breda, in 1961 gevolgd door Heusdenhout. In 1997 volgde het grootste deel van Ulvenhout en Bavel, terwijl het overgebleven buitengebied van deze dorpen met Galder en Strijbeek werd toegevoegd aan de nieuw gevormde gemeente Alphen-Chaam.
Oorspronkelijk waren Ginneken en Bavel belangrijker dan Ulvenhout. De kerkjes in deze dorpen werden in 1317 losgemaakt van de moederkerk in Gilze. quarta cappella genoemd, terwijl de kerk van Ginneken een ecclesia media ende moederkerk van Gilze een ecclesia integra was.
Dit onderscheid tussen de van Gilze afhankelijke kapel in Bavel tegenover de “halve kerk’ in Ginneken laat duidelijk het verschil in belangrijkheid zien tussen de parochie van Bavel en die van Ginneken.
De Bavelse geestelijke werd benoemd via de pastoor van Gilze en was ook financieel van de bedienaar van dat dorp afhankelijk. De Ginnekense priester werd echter rechtstreeks voorgedragen door de Abdis van Thorn en ontving uit de tienden een eigen inkomen. De Bavelse kerk kreeg veel later dan Ginneken het recht op een eigen doopvont.
In de vijftiende eeuw werden de aanvankelijk eenvoudige gebouwtjes vervangen door een stenen kruiskerk. Het kerkgebouw van Ginneken dat in de vijftiende eeuw in aanbouw werd genomen, was echter groter en rijker van opzet dan de Brigidakerk, die aan het einde van diezelfde eeuw werd gebouwd.
Ulvenhout kreeg pas in 1742 een schuurkerk, niet meer dan een tijdelijk onderkomen voor de uitgeweken parochianen van Ginneken dorp. Het kerkelijk centrum van dit dorp werd gevestigd op het terrein van het slotje Grimhuysen. Eerst in 1837 werd Ulvenhout een zelfstandige parochie. De wegen rond Bavel Bij de ontwikkeling van de dorpen speelde de ligging ten opzichte van de stad, van wegen en vaarwater een belangrijke rol.
Ginneken verkeerde in een zeer gunstige positie. Dit dorp lag vlak onder Breda aan de hoofdweg van deze stad in zuidelijke richting naar Hoogstraten en Turnhout. Bovendien was er vanouds een voorde (doorwaadbare plaats) door de Mark,waarlangs het verkeer vanuit de richting Geertruidenberg naar Antwerpen kon reizen zonder de poorten van Breda te moeten passeren.
In de zeventiende eeuw kwam er een vaste brug, de nu nog bestaande Duivelsbrug en werd de weg vanuit de stad tot in het dorp bestraat.In het begin van de achttiende eeuw werd deze Steenweg zelfs doorgetrokken naar Ulvenhout.
In Ginneken vestigden zich spoedig ambtenaren en militairen, die het dorp geleidelijk een ander aanzien gaven. Een ontwikkeling die in Ulvenhout pas in de loop van de negentiende eeuw begonnen is en van minder grote omvang was als de trek uit de stad naar Ginneken.
Bavel verkeerde in een minder gunstige positie. Het dorp lag noch aan een belangrijke weg, noch aan een belangrijk binnenwater. De voornaamste verbinding, namelijk de weg van Ginneken naar Gilze en verder, liep via de huidige Overakkerstraat, Klein-Wolfslaar en de Roosbergseweg naar de Eikberg, dus buiten het centrum van het dorp om. Een nog oudere route in deze richting, de Maastrichtse Baan, passerde zelfs niet eens de Eikberg, maar ging over de Bavelse Hei, langs de Woestenbergse Hoeve en De Leeuwerik over de heide naar Alphen, vandaar naar Poppel en Lage Mierde en zo naar Maastricht. Deze route, die tijdens de Tachtigjarige Oorlog gevolgd werd om te voorkomen dat men door de Zuidelijke Nederlanden reisde, verschoof in de periode van het Twaalfjarig Bestand nog wat verder in noordelijke richting om ook het zuidelijke Poppel te vermijden.
Daarna volgde het verkeer de bovengenoemde route via Ginnekenen de Eikberg naar Gilze.
Vanuit Ginneken kon men wel via de Bavelstraat, aanvankelijk slechts een “kerkweg, naar wat later 't Haantje heette en vandaar naar Tervoort, Lijndonk en Dorst. Bij 't Haantje werd deze weg gekruisd door een route vanaf Heusdenhout en IJpelaar naar Bavel. Al deze wegen bleven tot ver in de negentiende eeuw onverhard, waaruit blijkt, dat ze van geen belang waren voor het doorgaande verkeer.
In de vijftiende eeuw kreeg de huidige Kerkstraat enige betekenis voor Bavel. Omstreeks 1485 werd aan dit pad de Brigidakerk gebouwd ter vervanging van een oudere aan de Dorstseweg. Het bleef echter tot in de negentiende eeuw een weg van slechts locale betekenis. De zandweg van Ginneken naar ‘t Haantje in Bavel en de huidige Kerkstraat kregen omstreeks 1860 een smalle bestrating met keien, zoals dat op foto 1 van omstreeks 1900 nog duidelijk te zien is.
De belangrijkste wegen werden ‘s herenstraat genoemd, de doorgaande wegen ook wel ' s heerenbaan. Daarnaast waren er nog lokale wegen en paden die eigendom waren van de aanpalendegrondbezitters. Deze werden gebuurstraten genoemd.
Om naar de kerk te gaan volgde men de kortste weg, door de velden ofgewoon over het erf van een boerderij, in de richting van het dorp. Vanaf de Brigidakerk liepen een aantal kerkpaden in vrijwel rechte lijn naar de buurtschappen. Hiertoe behoordende Kerckwech van den Bolberg via de huidige Kloosterstraaten Bolbergsewech; en de Kerckwech van den Eyckberch via de Brigidastraat .
Vanaf de Roosberg volgden de kerkgangerseen pad dat ongeveer op de plaats van de huidige Deken Dr.Dirckxweg lag; de bewoners van Tervoort gingen via een weggetje dat nu nog als fietspad bestaat onder de naam Kerkepad. Dit Tervoortse Kerkpad kwam op de Kerkstraat uit tegenover de Brigidakerk tussen de panden Kerkstraat 12 en 14.

Foto 1: De Kerkstraat omstreeks 1900. Vanaf links de boerderij van Boomaars (nr.14),
Café Bruininks (nr.10), het hek van depastorie (nr.8) en het hoekpand van de Kloosterstraat (nr.2);
rechts achter de bomen de boerderij van Kriellaars, nr.3.
Foto 1: De Kerkstraat omstreeks 1900. Vanaf links de boerderij van Boomaars (nr.14),
Café Bruininks (nr.10), het hek van depastorie (nr.8) en het hoekpand van de Kloosterstraat (nr.2);
rechts achter de bomen de boerderij van Kriellaars, nr.3.
Ook de huidige Kerkstraat fungeerde als een kerkpad voor de buurtschappen aan het begin van de Dorstseweg en rond IJpelaar.In de zestiende eeuw werd de Kerkstraat echter reeds s'Heerenstraat genoemd.


Het centrum van Bavel verplaatst zich
Het allereerste kerkje stond niet in de buurt van het huidige centrum maar nabij de Dorstseweg, iets ten noorden van de Kluisstraat. Zoals reeds boven vermeld werd deze kapel in 1317 tegelijk met die van Ginneken afgescheiden van de kerk van Gilze en althans formeel verheven tot een zelfstandige parochie met een eigen bedienaar.
Deze plaats moet toen centraal gelegen hebben voor de buurtschappen IJpelaar, Kerkeind, Tervoort en Lijndonk, waar in die tijd de meeste boerderijen moeten hebben gestaan.
Toen het kerkje in de vijftiende eeuw door brand verloren was gegaan, kwam het nieuwe kerkgebouw echter omstreeks 1488 op de plaats van het huidige kerkhof te staan.
Dit wijst er op, dat ook de andere buurtschappen zoals Roosberg, Bolberg en Eikberg in betekenis toenamen. Rond de kerk ontstond al kleine concentratie van bebouwing.
Aan de westzijde van de huidige Kerkstraat stonden er in de zeventiende eeuw ten noorden van de Brigidakerk echter niet meer dan drie huizen: ter hoogte van Kerkstraat 3, 5 en 7, waaronder de eerste pastorie(nr5).Aan de zuidzijde was alleen het schoolhuis van Bavel gesitueerd (Brigidastraat 4 en 6). Tegenover de kerk waren vermoedelijk toen reeds één of twee bescheiden woningen te vinden (Kerkstraat 10 en 14).
Ter hoogte van de huidige straat Kerkeind lagen in de zeventiende eeuw verscheidene boerderijen: Kerkstraat 27-29 (foto 2), Kerkstraat 44-46 (foto 8), Kerkeind 9-13 (foto 11) en Dorstseweg 4a-b. Twee eeuwen later was deze situatie nog praktisch onveranderd.
Na de Vrede van Munster (1648) werd de Brigidakerk toegewezen aan de hervormden, die er echter nauwelijks gebruik vanmaakten.
De centrumvorming rond deze kerk zal door het ontbreken van regelmatige diensten in het kerkgebouw zeker zijn vertraagd.
In 1743 kwam er aan het huidige Kerkeind een schuurkerk (Kerkstraat 33/35) en in 1764 bouwde de pastoor een pastorie bij zijn kerk (Kerkstraat 45a). In 1809 kregende katholieken de Brigidakerk terug waarna de schuurkerk werd afgebroken.
De parochie bouwde tegenover de Brigidakerk in 1837 een nieuwe pastorie (Kerkstraat 8). Deze bleef tot 1997 de woonplaats van de pastoor. Aan het einde van de negentiende eeuw verrees het huidige kerkgebouw op een locatie die dicht bij het oude centrum lag.


Kaart 1: Kerkstraat en Brigidastraat op het minuutplan van het Kadaster, omstreeks 1830.



Kaart 2: Kerkstraat en Brigidastraat met de huidige huisnummers .

Foto 2: Oude boerderijen aan de Kerkstraat omstreeks 1925, gezien vanaf de voormalige Zuivelfabriek St.Brigidastraat bij‘ t Haantje. Links de (afgebroken) schuur van Kerkstraat 44-46,in het midden de (afgebroken) hoeve Kerkstraat 27-29, rechtsde smederij op nr.45a (col 1. familie van der Poel, Breda).

Foto 3: Kerkstraat 7, dorpswoning gebouwd in 1903 op de plaats van een 16e of 17e-eeuwse boerderij; de bijbehorende schuurwerd in 1967 afgebroken. Het pand staat op de gemeentelijkemonumentenlijst (foto A.W.Jansen, 1996). In de twintigste eeuw kwam het zwaartepunt van het dorpscentrum echter steeds meer achter dit kerkgebouw te liggen. Aan de Kloosterstraat werden het klooster (1923), het patronaat (1911)en de meisjesschool(1930) gevestigd. In de jongste tijd kwam er een winkelcentrum aan de Pastoor-Doensstraat. Zo heeft het centrum van Bavel zich sedert de Middeleeuwen geleidelijk steeds meer in zuidelijke richting verplaatst.

De situatie omstreeks 1830
Na 1800 zijn er, mede dank zij de maatregelen van het Franse bestuur, steeds meer gegevens bekend over de eigenaren en bewoners van huizen en boerderijen. Enerzijds door de invoering van de systematische registratie van onroerend goed, anderzijds door de bevolkingsadministratie. Omstreeks 1830 kwam het minuutplan van het Kadaster tot stand, terwijl er vanaf 1829 iedere tien jaar een algehele volkstelling plaats vond, in 1848 gevolgd door het permanent bijgehouden bevolkingsregister.
Hierdoor is er in 1830 voor de eerste maal een kaart beschikbaar, waarop alle huizen en grondpercelen precies zijnaangegeven, terwijl er van de andere kant ook het aantal inwoners nauwkeurig bekend is.
Op kaart 1 is die situatie van de hoofdstraat van Bavel vereenvoudigd weergegeven, terwijl kaart 2 hetzelfde laat zien anno 1999.
Zowel rond 't Haantje als bij de kerk treft men op het kadastrale minuutplan 12 woningen aan, meestal boerderijen. Totaal telde Bavel in 1880 94 woningen, als volgt verdeeld over de wijken:
Bekijkt men in 1830 de eigenaren van de woningen langs de hoofdstraat (kaart 1), dan valt op dat bijna alle boerderijenin handen waren van de families (Van den) Diepstraeten en Van den Schaliboom.
Deze oude Bavelse families vestigden zich echter pas in de achttiende eeuw in de buurtschap Kerk en Kerkeind. Men treft ze daarvoor wel aan in het buitengebied,met name op de Eikberg. Door huwelijk maar ook door aankoop wisten zij zich in de loop van honderd jaar bijna alle percelen langs de straat te verwerven. In 1830 woonden er op vier tot vijf boerderijen Diepstratens, terwijl de familie Schaliboom er twee in bezit had.

Foto 4: De Kerkstraat vanaf de kerk in de richting van de rotonde, met vanaf rechts: Café Bruininks (herbouwd in 1910 en 1925), de dorpswoning nr.12 (herbouwd in 1914), de boerderijvan Boomaars op nr.14, waarvan het woonhuis werd herbouwd in 1909, maar de stal van oudere datum is. Deze laatste is eengemeentelijk monument; de genoemde woningen staan geregistreerdals “beeldondersteunend* (foto A.W.Jansen, 1994).

Foto 5: De oneven zijde van de Kerkstraat; vanaf links: nr.9 11, 13-15, 17 en 17a (foto A.W. Jansen, 1994). De families Diepstraten beheersten vooral de westzijde van de straat, terwijl het bezit van Schaliboom vooral aan de oostzijde van de Kerkstraat en aan de zuidzijde van de Dorstseweg te vinden was.
Handel, nering en ambachten waren echter eveneens in de hoofdstraat van Bavel vertegenwoordigd. In 1831 waren er bij de kerk twee café’s gevestigd. Sedert ongeveer 1760 deed de voormalige pastorie naast de Brigidakerk dienst als herberg (Kerkstraat 5). Deze werd sedert 1776 baroond door Adriaan Schoenmakers, later door Pieter Schoenmakers (1762-1811) en na diens dood door zijn weduwe Maria Timmers (1768-1834).
Aan de overzijde (Kerkstraat 10) had Cornelis Wirken (1763-1832) vanaf 1825 patent als kroeghouder. Daarmee heeft deze familie van kuipers en landbouwers de grondslag gelegd voor het nog steeds bestaande horecabedrijf van de familie Bruininks.
De smid van Bavel was P.J.Heijlaerts, toen nog gevestigd aan het begin van de Dorstseweg (nr.1-5), tot hij in 1838 zijn bedrijf verplaatste naar de Oude Pastorie (Kerkstraat 45a).Er waren verscheidene winkeliers: Johannes Boomaars (1787-1859), getrouwd met de dochter van de weduwe Sprangers-Diepstraten, had een winkel op Kerkstraat 14, waar hij ook het boerenbedrijf uitoefende.
Aan het begin van de Kloosterstraat(nr.1) was Godefridus Bruins winkelier in eerste en tweede soort, tevens had hij patent als kroeghouder.

De invloed van oude families op de ontwikkeling van Bavel nader bezien
In de zestiende eeuw speelde de familie Lips in Bavel een grote rol. Enkele grafstenen van deze zeer oude familie zijn opgesteld tegen het dodenhuisje op het Bavelse kerkhof.
In het schepenprotocol van Bavel van de zestiende eeuw treffen we tal van acten aan, waarin leden van deze wijd vertakte familieboerderijen, huizen of land aen de kercke of aent Kerckeijndt kopen, verkopen of onderling delen.
Vaak is het niet mogelijk om uit de omschrijving op te maken, waar deze boerderijen lagen. In enkele gevallen lukt dat wel. Zo verkocht in 1562 Merten Rombout Jan (Jan Rombout) Lips aan Hendrik Gijsbrecht Brocx de helft van de stede gent.den Hairberch, gelegen aan het Kerkeinde. Vermoedelijk is dit de huidige hoeve met dezelfde naam,Dorstseweg 10.

Foto 6: Kerkstraat 17a, eens een fraaie rentenierswoning, werd in 1913 opgericht door Christiaan Oomen, naar een ontwerp vanP.A.Oomes en L.van der Pas. Foto 5 laat zien, hoe het pander nu uitziet (coll. familie Oomen, Bavel).

Foto 7: Kerkstraat 42: een mooie dorpswoning, in 1867 gebouwd door de leerlooier J.B.van Disseldorp. Het is een gemeentelijkmonument (foto A.W.Jansen, 1994).
De broer van Ranbout, Anthonis Jan (Jan Rombout) Lips, getrouwd met Kathelijn Henrick Jan Peeter Papenburgsdochter liet bij zijn dood in 1561 aan het Kerkeinde zelfs twee tegenover elkaar gelegen boerderijen na,waarvan de locatie echter niet met zekerheid kan worden vastgesteld.
Hierbij moeten we bedenken, dat “Kerckeijndt in die tijd vooral de naam was voor de buurtschap aan de Dorstseweg tot aan de Wouwerbeek.
In de zeventiende eeuw blijken de boerderijen aan de Kerkstraat in handen te zijn van verscheidene families.
De familie Lips is in Bavel dan minder dominant aanwezig om tenslotte in de loop van die eeuw nagenoeg geheel te verdwijnen.
In de eerste helft van de achttiende eeuw komen echter nieuwe namen naar voren. Huybrecht van den Schaliboom uit Chaam was getrouwd met een dochter uit de familie Brocx, die ook bezittingen had aan het Kerkeinde.
Vermoedelijk betreft dit de boerderij Dorstseweg 4a-b. De voogden van zijn kleinkind Adriaan kopen voor dit onmondige kind in 1744 de boerderij Kerkstraat 44-46, waardoor Adriaan van den Schaliboom later eigenaar werd van twee boerderijen met aaneengesloten grond langs de Kerkstraat en het begin van de Dorstseweg. Viahet huwelijk van zijn dochter Maria uit het tweede hwelijk,met de Ginnekense bouwman Christianus Oomen werd in 1836 hunzoon Jan Baptist Oomen eigenaar van de hoeve aan de Kerkstraat(nr.44-46), terwijl de kinderen uit het eerste huwelijk van Adriaan van den Schaliboom de hoeve aan de Dorstseweg 4a-b erfden.
De familie Van den Schaliboom is in de eerste decennia van de negentiende eeuw in Bavel uitgestorven.
nu blijkt dat twee verwante takken van de familie Oomen in de negentiende eeuw verscheidene boerderijen aan de Kerkstraat in eigendom hadden en bovendien twee rentenierswoningen bouwden, namelijk Kerkstraat 17 en 17a (zie foto 5 en 6).
Twee broers Van den Diepstraet, geboren en getogen aan het Tielkenseijnd (begin Gilzeweg) aan de Eikberg, namelijk Leendert Leendertsen en Jan Leenderszoon, hebben in het begin vande achttiende eeuw ieder een boerderij verworven aan de huidige Kerkstraat.
De eerste erfde in 1725 van zijn schoonvader Adriaan Hooijen de hoeve Kerkstraat 27-29 (foto 2), afgebrokenin 1960; de tweede kocht in 1717 de boerderij Kerkeind 9-13(foto 11), afgebroken in 1967.
Uit de cijnsboeken van Bavel blijkt, dat beide boerderijen toen zeker al een eeuw bestonden. Vermoedelijk zijn ze echter nog veel ouder.
De beide Diepstratens kochten voortdurend percelen grond bij. Zij vervulden ook een belangrijke rol in het maatschappelijke leven van Bavel. De kinderen van Jan breidden het bezit van de familie verder uit. De zoon Adriaan Janszoon erfde via zijn tweede vrouw een boerderij op de Bolberg, terwijl diens broer Jan Janszoon in 1766 een hoeve kocht aan de Kerkstraat, de voorganger van nr.7 (foto 3).

De familie (Van den) Diepstraet(en) en hun boerderijen in het centrum van Bavel.
De drie familietakken Diepstraten in Bavel zijn echter aan het einde van de negentiende eeuw uit Bavel verdwenen. Enerzijds door het ontbreken van mannelijke nakomelingen,anderzijds door vertrek naar elders.

De verkaveling van landbouwgrond tot bouwpercelen Bavel is tot in de jongste tijd een agrarische gemeenschap gebleven. Daarmee onderscheidt zich dit dorp van Ginneken envan Ulvenhout, waar de trek vanuit de stad naar buiten en hettoferisme voor een geheel andere ontwikkeling hebben gezorgd.In Ginneken werd vanaf 1850 vooral langs de verbindingen metde stad een groot aantal herenhuizen gebouwd. Langs de Dorpstraat in Ulvenhout vestigden zich in die periode echter maarweinig buitenstaanders. In Bavel gebeurde dat practisch inhet geheel niet. In Ulvenhout waren het vooral boeren, dievoor hun oude dag een woning in het dorp lieten bouwen. Verderwas er behoefte aan huizen voor ambachtslieden en winkeliers.In Bavel vinden we dit nog in versterkte mate terug. De Kerkstraat werd tot omstreeks 1950 bebouwd met een groot aantalrentenierswoningen. Tot de dag van heden bepalen deze huizenhet aanzien van de straat.Pas in de jongste tijd kwamen erlangs de Kerkstraat ook woningen voor de import’ bij. InUlvenhout was de Dorpstraat al voor de Tweede Wereldoorloggeheel gevuld met woningen en winkels, terwijl in Bavel juistna 1945 een groot aantal huizen tussen de bestaande bebouwingtot stand kwam. Deze “inbrei-operatie duurt tot de dag vanheden voort, hoewel nu practisch iedere potentiële locatievolgebouwd is. In Ulvenhout werden omstreeks 1900 grote blokken landbouw-grond langs de Dorpstraat binnen enkele jaren al of niet via eenopenbare verkoping tot bouwgrond verkaveld. Zo ontstond daarbinnen tien jaren de bebouwing aan weerszijden van de Dorpstraat tussen het Jachthuis en het Dorpsplein. In Bavel vonddeze splitsing meer geleidelijken minder grootschalig plaats. Tussen 1830 en 1900 werd er aan de oneven zijde van de Kerkstraat slechts één rentenierswoning opgetrokken (nr. 17, foto 5), terwijl aan de even zijde er behalve de pastorie (nr.8),slechts vijf panden bijkwamen: nrs. 26, 34, 38, 40 en 42 (ziefoto 7). In de twintigste eeuw vond er tussen 1900 en 1940 aan beide zijden van de Kerkstraat een grote bouwactiviteit plaats. Aande oneven zijde werden acht vrijstaande woningen bij gebouwd,namelijk: nr.9, 11, 17a, 21, 23, 31, 33 en 35 (zie foto 5);bovendien nog een blokje van twee: de nrs. 13-15.

Foto 8: De boerderij Kerkstraat 44-46, in opzet vermoedelijk daterend van de 16e of 17e eeuw. Het woongedeelte werd in detwintigste eeuw vernieuwd en gesplitst in twee woningen. Hetcomplex is een gemeentelijk monument .

(foto A.W.Jansen, 1994)

Foto 9: Kerkstraat 50 dateert van 1908. Deze woning werd gebouwd door de smid Frans Heijlaarts. Het is een beeld-ondersteunend pand (foto A.W. Jansen, 1994). Aan de even zijde waren er dat respectievelijk acht (nrs.6, 16, 18, 20, 24, 36, 48, 50) en één blok van twee (nrs. 28-30).Op de plaats van de huidige panden nrs 52-54 werd in 1901 de melkfabriek gevestigd, enkele jaren later gevolgd door eendirecteurswoning.
Na 1945 bestond de activiteit vooral uit het vullen van gaatjes. Aan de oneven zijde kwamen tot stand:de villa’s 7a, 7b en 7c, de vrijstaande huizen nr.19, 19a en45, en de blokjes 37-39 en 41-43. Aan de even zijde: nrs. 32,38a, 42a (bankgebouw) en 46a (lederwarenfabriek, in 1998/9nrs.46a,b-c).
Bij de verkaveling en bebouwing speelden opnieuw enkele namen een rol van betekenis.
De familie Kriellaars werd omstreeks 1850 eigenaar van de hoeve en de grond van Donatus en Josephus Lenaerts.
De hoeve Kerkstraat 3 werd herbouwd in 1853. WillemKriellaars (1829-1899) kocht in 1868 van Jan Janszoon Diepstraten de hoeve op de plaats waar nu Kerkstraat 7 staat.
Via zijn tweede echtgenote Maria Catharina Meeuwissen (1842-1923),kleindochter van de laatste herbergierster Maria Schoenmakers-Timmers, kwam hij ook in bezit van de voormalige herberg Kerkstraat 5.
Op deze wijze had deze familie de grond langs de Kerkstraat in handen, waarop nu aan de westzijde de woningennummers 3 t/m 17 en aan de oostzijde de panden 34 t/m 42 staan. Antoni Oomen (1787-1875) verwierf zich in 1855 de oude hoeve op de plaats van de huizen Kerkstraat 27-29; bovendien kochten zijn nakomelingen van Kriellaars de grond voor de renteniers-woning Kerkstraat 17 (foto 5). Jan Baptist (1812-1853), zoon van Antoni's broer Christiaan Oomen (1783-1858), was eigenaar van de hoeve Kerkstraat 44-46 (foto 8) en van de grond aan de westzijde van de Kerkstraat waarop nu de woningen 17a (foto 6), 19 en 19a staan.
Aan de oostzijde verrezen op grond van de boerderij de panden Kerkstraat 28, 30 en 32 en een gebouw voor de Rabobank (42a).
Op het terrein van de boerderij van de familie Boomaars (Kerkstraat 14) staan nu de huizen nr.14 t/m 26.
Aan het begin van de Brigidastraat vond men aan de even zijde oorspronkelijk alleen de oude gemeentelijke school, met het woonhuis voor de onderwijzer (nrs. 2, 4 en 6). In 1887 begon Jos van Kuijk naast dit oude schoolgebouw een bakkerij op nr.8 (zie foto 12). Daarnaast verrees in 1901 de nieuwe school met een woning voor het schoolhoofd (nr. 10, 12), waarna de oudepanden nrs.2, 4 en 6 verbouwd werden tot winkels.
In de laatste tien jaar is in deel van de straat een deel van het zakencentrum gevestigd, waarvoor alle panden werden : vernieuwd (nrs.4,6 en 8) of gerestaureerd (nrs. 2, 10 en 12).

Foto 10: Brigidastraat 2: gerestaureerde woning van het hoofd van de eerste gemeentelijke school. Het van het vierde kwartvan de negentiende eeuw daterende pand is een gemeentelijkmonument (foto A.W.Jansen, 1994).

Foto 11: De (afgebroken) boerderij aan het Kerkeind, eens de woonstede van de familie Diepstraten en de familie Langen,(ansicht, ca 1960, uitg. A.Jansen-Kin; coll. A.van Dun).
De grond van al deze panden was van oorsprong eigendom van de Armen van Bavel en later van de gemeente.
De oneven zijde wordt in dit straatgedeelte sedert 1888 geheel gevuld door het nieuwe kerkgebouw (nr.1).

De monumenten aan de Kerkstraat en de Brigidastraat
In het hier besproken deel van het centrum van Bavel vindt men slechts twee rijksmonumenten: het van 1888 daterende kerkgebouw en de pastorie (Kerkstraat 8), gebouwd in 1837.
Zoals boven vermeld zijn er in deze hoofdstraat slechts enkele panden te vinden van vóór 1900. Na de pastorie (1837) volgt als oudste pand de boerderij Kerkstraat nr.3 van de familie Kriellaars, herbouwd in 1853, maar later gedeeltelijk gewijzigd.
Het fraaie dorpshuis Kerkstraat 42 (zie foto 7) werd in 1867 gebouwd door de leerlooier J.B. van Disseldorp, terwijl Kerkstraat 40 in 1877 werd gesticht door de landbouwer W.Robs.
Door de monumentencommissie van de voormalige gemeente Nieuw-Ginneken werden enkele panden op de gemeentelijke monumentenlijst geplaatst. Tot deze jonge monumenten uit de periode 1840-1950 behoren:

Brigidastraat:


2 : winkel, voormalige woning van het het schoolhoofd,
3e kwart 19e eeuw (foto 10);

Kerkstraat:

1 : kerkhof met kapel, 1889, toekomstig rijksmonument;
3 : woning/boerderij, herbouwd 1853, stal gewijzigd in 1956;
7 : dorpswoning, bouwjaar 1903 (foto 3);
14 : aangebouwde stal van boerderij, deels herbouwd in 1904 (foto 4);
18 :dorpswoning,daterend van 1913;
24 :idem, 1921;
42 :dorpswoning,1867 (foto 7);
44/46: woning/boerderij met stal (foto 8).
Daarnaast zijn er een aantal panden, die als beeldondersteunend worden aangemerkt.
Hiertoe behoren aan de Kerkstraat de nrs. 10, 12, 14 (woongedeelte), 17, 20-22, 47 en 50. Besluit
De in dit artikel vermelde historische gegevens van Bavel vormen slechts een eerste aanzet voor de bestudering van degeschiedenis van dit oude kerkdorp.
De opzet van dit artikel is dan ook niet om nu reeds een compleet beeld van de ontwikkeling te schetsen. De nadruk ligt op de bouwgeschiedenis van de panden aan de hoofdstraat, geplaatst tegen een historische achtergrond.
Het overzicht per huisnummer in de bijlage isechter nagenoeg compleet.

Foto 12: Een opname van het eerste gedeelte van de Brigidastraat in 1910. Links de bakkerij van Van Kuijk, achter de kar de eerste gemeentelijke school (nrs. 4 en 6), links het nieuwe kerkgebouw met op het plein een eenvoudige woning

(foto A.C.Luber, coll. J.Grauwmans)


Bron Brieven van Paulus, artikel van: Ad Jansen