HOME

De zoektocht naar een nieuw openluchtzwembad in Breda(1935-1965)





De zoektocht naar een nieuw openluchtzwembad in Breda(1935-1965)
door
Frans Gooskens

Inleiding

Op zaterdag 26 juni 1965 opent burgemeester Geuljans van Breda het gloednieuwe zwembad Wolfslaar door het hijsen van een vlag. In zijn openingstoespraak noemt de burgemeester het complex een echt lustoord. Met deze mega-investering realiseert de gemeente niet alleen een zeer ruim opgezet recreatieoord voor de inwoners van de stad maar wil ze ook bezoekers van buiten aantrekken. Die worden gelokt met drie betegelde zwembassins, een kanovijver, speelweides, een restaurant met terras en sportvelden.
De opening van het complex markeert de overgang van de wederopbouwperiode, een periode van schaarste en hard werken, naar een tijdvak met meer luxe en vrije tijd. Veel andere zwembaden uit die tijd zijn al gesloten, maar zwembad Wolfslaar bestaat nog steeds. Daardoor kan in 2015 het vijftigjarige bestaan worden gevierd.
In deze bijdrage vindt u een overzicht van de motieven om een zwembad op deze plaats te realiseren en in deze vorm. In de jaren dertig van de vorige eeuw maakte het gemeentebestuur van het toen nog zelfstandige Ginneken al plannen voor een nieuw groot zwembad ten zuiden van Breda. De plannen van Ginneken en Breda zullen op een rij worden gezet en er zal aandacht zijn voor de realisatie van het complex. De centrale vraag is waarom het zo lang duurde, 30 jaar, voordat het nieuwe zwembad werd gerealiseerd. Aan het einde leest u in een kroniek de ontwikkeling van het zwembad over de afgelopen vijftig jaar.

De wederopbouw en Breda

De Tweede Wereldoorlog veroorzaakte een breuk in ons denken over stadsuitbreiding. Vóór de oorlog groeide de stad organisch door vanuit het centrum. Na de oorlog lag de nadruk op de gedecentraliseerde stad met verspreid gelegen woonbuurten, die verbonden waren door grote wegen. Deze nieuwe stedenbouwkundige ontwikkeling werd voor een deel veroorzaakt door de angst voor nieuwe grootschalige luchtbombardementen, zoals men die in Rotterdam had meegemaakt. Een ver uit elkaar gelegen stad was hier veel minder kwetsbaar voor.
1 De nieuwe wijken werden monofunctioneel, wat betekende dat wonen en werken uit elkaar werden getrokken. Het centrale thema bij de uitbreidingsplannen was de wijk-





Het gebied tussen landgoed Wolfslaar en Breda is dan nog merendeels agrarisch. Tussen 1956 en 1970 kwamen hier de woonwijken Blauwe Kei, Overakker en IJpelaar. Het zwembad Wolfslaar moest deze nieuwe woonwijken extra aantrekkelijk maken. (Bron: watwaswaar.nl)
gedachte. Volgens dit ordeningsprincipe moesten de nieuwe woonwijken worden opgezet rondom een gemeenschapshuis of een kerk. De winkels stonden voortaan bij elkaar in een winkelcentrum. De sociale verbanden binnen deze wijken moesten de negatieve invloeden van de industrialisatie en de grote stad tegengaan.
In Breda zijn deze stedenbouwkundige ontwikkelingen goed terug te vinden. Het stadsbestuur wilde in de jaren vijftig een cityring aanleggen rond het oude centrum. Het stadscentrum moest ruimte krijgen voor de verdere uitbouw van winkelvoorzieningen en kantoren.
2 Boven het spoor aan de noordkant van de stad kwam ruimte voor grootschalige industrie.
Aan de zuidwest- en noordkant plande men nieuwe wijken, gegroepeerd rond een parochiekerk. De belangen van de bisschop en de stadsuitbreiding lagen in lijn met elkaar.
Aan de zuidwestkant kwam er eind jaren veertig van de twintigste eeuw een eerste grote nieuwbouwwijk, waar deze nieuwe ideeën konden worden verwezenlijkt.
Dit was de wijk Heuvelkwartier, ontworpen door de stedenbouwkundigen Grandpré Molière en Peutz.
3 Later in de jaren vijftig volgde aan de zuidoostelijke kant van het centrum de wijk Brabantpark. Tussen de jaren 1962 en 1970 werd ten zuiden van het centrum de IJpelaar gebouwd, een wijk voor 5000 mensen.
4 In dezelfde periode kwam ten noorden van de stad de wijk Hoge Vught tot stand, die veel hoogbouw en sociale woningen had.
5 Deze uitbreidingen waren hard nodig, want Breda werd geteisterd door een hardnekkige woningnood. Tussen 1945 en 1965 groeide de stad van 80.000 naar 118.000 inwoners, grotendeels veroorzaakt door een groot geboorteoverschot. Per jaar groeide de stad met 2000 inwoners.
6 Men verwachtte toen nog een verdere groei van de bevolking tot 150.000 personen in het jaar 1980. Deze groei zou uiteindelijk niet worden gehaald, vooral door daling van het geboortecijfer en de toegenomen trek naar de dorpen rond de stad. In 1980 telde Breda minder dan 120.000 bewoners.
Breda was in de wederopbouwperiode dus een stad met een jonge en sterk groeiende bevolking. In de nieuwe woonwijken was veel groen, maar echte sportvoorzieningen en grote recreatieterreinen waren nog zeldzaam. Het stadsbestuur, dat eerst prioriteit had gegeven aan wonen en werken, richtte rond 1955 de blik op recreatie en sport.

Aanleg van sportcomplexen en zwembaden tijdens de wederopbouw

De eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog stonden in het teken van hard werken en weinig vrije tijd. In de jaren vijftig kwam er echter meer ruimte voor ontspanning en recreatie. De vrije zondag was er al en daar kwam in 1960 de vrije zaterdag bij, die eerst werd doorgevoerd in het bedrijfsleven. Een jaar later kregen de ambtenaren ook hun extra vrije dag. De scholen volgden dit voorbeeld in de tweede helft van de jaren ‘60. Met de stijgende welvaart en meer vrije tijd kwam er een grote behoefte aan dagjes uit.
Veel stadsbesturen legden daarom recreatieplassen en -bossen aan. Voorbeelden hiervan zijn de Sloterplas bij Amsterdam en de Zuiderplas bij Den Bosch. Deze recreatieoorden boden vaak een wandelpark, zwemplas, sportvelden en een kleine dierentuin voor kinderen. Deze multifunctionele parken hadden genoeg voorzieningen voor een compleet ‘dagje uit' voor het hele gezin.
De recreatieparken waren deels bedoeld voor recreëren met het hele gezin, maar ook om kinderen te stimuleren aan sport te doen, vooral zwemmen. Men zag sport als een oplossing voor het ‘jeugdprobleem', veroorzaakt door de industrialisatie, urbanisatie en mechanisering Sport moest niet alleen bijdragen aan de fysieke, maar ook aan de geestelijke gezondheid van de burgers. De gedachte leefde breed dat de jeugd de vrije tijd verkeerd gebruikte door het bezoeken van dansavonden, bioscopen en het luisteren naar jazz- en swingmuziek.
De ontwikkelingen in Breda vertoonden veel parallellen met eerdere ontwikkelingen in de stad Groningen. De afdeling Gemeentewerken kreeg daar in 1948 de opdracht aan de zuidkant van de stad een nieuw openluchtbad te ontwerpen in een parkachtige omgeving. Hier waren vier nieuwe woonwijken geprojecteerd voor 7000 woningen. De Groningse stadsbestuurders zagen openluchtzwembaden als een must voor mensen om in de zon of in de schaduw de ‘batterijen' op te laden. De aanleg van een openluchtzwembad behoorde tot de dringendste sociale bouwopgaven van deze tijd.
De architect van het Groningse zwembad, Jac Koolhaas, ging niet over één nacht ijs. Tijdens studiereizen door Scandinavië had hij speciaal aandacht voor recreatieoorden. Verder bezocht hij tal van bestaande Nederlandse zwembaden. Uiteindelijk kwam er op een terrein van drie hectare een complex met vijf bassins met ligweiden en een tribune. Op 21 mei 1955 ging het zwembad open; het kreeg de naam ‘De Papiermolen' naar een nabijgelegen verdwenen



Het complex had een capaciteit van 225.000 bezoekers per jaar. De Papiermolen bestaat nog steeds als zwembad en is in 2011 aangewezen als rijksmonument omdat het bad een goed voorbeeld is van wederopbouwarchitectuur.
Ook het Bredase stadsbestuur ging een actievere rol spelen bij het ontwikkelen van nieuwe sportaccommodaties. Zo werd er tussen 1961 en 1966 gewerkt aan het Gemeentelijk Sportcentrum ‘de Scharen', ontworpen door de Bredase architect Joost Margry. Dit centrum beschikte over een grote hal die voor meerdere sporten bruikbaar was en had een markante, expressieve vormgeving. 12 De bijnaam ontleende het sportcomplex aan een kunstwerk in de vorm van reusachtige scharen, dat later in een stukje land voor het gebouw werd geplaatst.
Het gemeentebestuur werkte al voor de realisatie van het Sportcentrum aan de totstandkoming van een nieuw zwembad voor de burgers van Breda.


Bestaande zwembaden in Breda in 1955

Breda liep als vestigingsstad van de Koninklijke Militaire Academie (KMA) voorop bij de ontwikkeling van het georganiseerde zwemmen. In 1830 opende de KMA de eerste militaire zwemschool van Nederland en dertien jaar later werd bij het kasteel van Breda een zwemkom gemetseld voor de cadetten.
12 Niet toevallig in dat jaar, want het ministerie van Oorlog liet toen een circulaire uitgaan waarin zwemkunst voor soldaten sterk werd aanbevolen. Ook in Den Bosch kwam er in 1842 een zwemkom voor het garnizoen.

In 1873 werd de zwemkom van het Bredase garnizoen verplaatst naar de Gasthuisvelden aan de zuidwest-kant van de stad, waar Mark en Aa nog onvervuild de stad in stroomden. Tot het jaar 1933 liet de gemeente Breda de aanleg en exploitatie van zwembaden over aan Defensie en private ondernemers. De inwoners van Breda beschikten in 1955 over vier zwembaden, die alle vier niet door de gemeente zelf werden beheerd. Dit gold ook voor het Sportfondsenbad aan de Vierwindenstraat, dat op 27 februari 1934 zijn deuren opende voor zwemmers. Het initiatief ging uit van de Sportfondsenbaden en de oprichter Han Bierenbroodspot kwam in 1931 hoogst persoonlijk naar Breda om zijn ideeën uiteen te zetten. Hij probeerde in Breda 400 spaarders zo ver te krijgen dat ze 25.000 gulden wilden inleggen.14 De Bredase gemeenteraad zou zich dan garant stellen voor de bouw. Het zwembad werd gebouwd op grond

5. Foto van het overdekte Sportfondsenbad aan de Vierwindenstraat te Breda uit 1999. Dit bad ging open in 1934 en zou in 2001 worden afgebroken. (Bron: SAB, Collectie Johan van Gurp, JVG19990425041)
die in erfpacht werd verkregen van het Ministerie van Defensie. Dit ministerie had baat bij het zwembad voor de zwemlessen aan de cadetten van de KMA. Bij de opening in 1934 waren zowel vertegenwoordigers aanwezig van het stadsbestuur als van Defensie. Voor de Tweede Wereldoorlog waren er in totaal 41 overdekte zwembaden in Nederland. Breda had als eerste Brabantse stad een overdekt en verwarmd zwembad. Eindhoven zou een jaar later volgen met zijn Sportfondsenbad. Bij de Nederlandse zwemverenigingen had het Bredase Sportfondsenbad een goede naam als een snel wedstrijdbad.
In het Sportfondsenbad mocht in de jaren dertig trouwens niet gemengd worden gezwommen. Zelfs de 73 spaarders, die geld bijeen hadden gebracht om het bad te laten bouwen, mochten niet gemengd zwemmen. De bezwaren kwamen uit de katholieke hoek in Breda. Alleen tijdens de Tweede Wereldoorlog werd gemengd zwemmen door de Duitse bezetter toegestaan, maar na de oorlog werd het meteen weer verboden.


Naast het overdekte zwembad beschikte Breda in 1955 over drie openluchtzwembaden: Het Ei, Het Kosteloze en Prinsenplassen. Het bekendste en grootste zwembad was Het Ei.
In 1933 legde de gemeente Breda dit complex aan in het kader van werkverschaffing voor werklozen. De gegraven zwemkom had de vorm van een ei, vandaar dat de betrokken ambtenaren al snel spraken over ‘Het Ei', een naam die later door de exploitant Karel van Brink werd overgenomen.
Tot 1939 lag Het Ei naast de particuliere zweminrichting Boeimeer, die in bezit was van de familie Van Brink. Dit bad lag op de plaats van de huidige Irenestraat, de huidige Badstraat herinnert er nog aan.
In 1939 kocht de gemeente Breda zweminrichting Boeimeer voor stadsuitbreiding en de aanleg van de Irenestraat. Na de sluiting van Boeimeer werd Het Ei verbouwd tot een echt zwembad.
Omdat er in Breda nog steeds een verbod gold op gemengd zwemmen, kwam er in het midden van het bad een betonnen schutting. Aan iedere kant kwamen er drie zwembassins van 17 x 50 meter.
Voor die tijd een enorm water-oppervlak. Bij de baden hoorden zandstranden en er waren duikplanken. Voor trainen en zwemwedstrijden was Het Ei met zijn 50 meter baden zeer geschikt, zeker omdat de familie Van Brink, die dit bad pachtte van de gemeente, positief stond tegenover de zwemsport.
21 Het Ei was een natuurbad en de verversing van het water was afhankelijk van grond- en regenwater. Veel Bredanaars hebben hangend in een hengel in Het Ei leren zwemmen. Wie een zwemabonnement nam, kreeg gratis zwemles.


Bij Het Ei lag de Gemeentelijke Kostelooze Volksbadplaats, ook wel kort aangeduid als ‘Kosteloze'. Dit bad ging terug tot 1895 en was bedoeld, zoals de naam al zegt, om Bredanaars met een smalle beurs te kunnen laten zwemmen.
Zwemmen was een groot woord trouwens, want de zwemplas was niet meer dan een meter diep en had een omvang van 45 bij 10 meter. In 1929 werd het Kosteloze ondergebracht bij zwembad Boeimeer, omdat het water van de rivier De Mark te erg vervuild was.
Na de sluiting van Boeimeer in 1939 bleef Het Kosteloze bestaan als een zwemplas naast Het Ei. Voor mannen en vrouwen waren er verschillende toegangstijden. Het dragen van een badpak en badmuts was verplicht voor de dames. Deze plas werd in het voorjaar 1964 gedempt wegens gebrek aan belangstelling.
Het vierde zwembad was Prinsenplassen, gelegen aan de Overaseweg in het dal van de rivier de Aa tegen het Mastbos. Twee caféhouders uit Breda begonnen in 1934 met dit zwembad. Het bad lag toen nog op het grondgebied van de gemeente Princenhage, maar na de annexatie van 1942 kwam het bad binnen de gemeentegrenzen van Breda te liggen.
Het zwembad had twee afzonderlijke bassins voor dames en heren. De kwaliteit van het zwemwater was matig. In 1966 bood de toenmalige eigenaar van Prinsenplassen, de heer Van Dorst, het zwembad aan de gemeente Breda te koop aan. Die ging daar niet op in en het zwembad werd gesloten. Op het terrein kwamen twee villa's en de bassins veranderden in siervijvers.


Breda beschikte in de jaren '50 met drie openluchtbaden en een overdekt bad dus over een relatief goed bestand aan zwembaden. De Bredase zwemverenigingen waren hier heel tevreden mee. Zeker, omdat ze ook nog konden uitwijken naar zwembad Surae bij Dorst, gelegen op het grondgebied van de gemeente Oosterhout. Ter vergelijking: Roosendaal beschikte in 1955 over maar één openluchtbad (De Stok), Tilburg had toen één openluchtbad en een overdekt bad (Ringbaan-Oost).

De kwestie van gemengd zwemmen

Be exploitatie en ontwikkeling van zwembaden was moeilijk door het verbod op gemengd zwemmen. Stelletjes en gezinnen met kinderen konden niet samen een zwembad bezoeken. Het gemengd zwemmen was in de overige delen van Nederland meestal geen probleem, maar in katholiek Brabant en Limburg lag deze kwestie tot 1955 erg gevoelig. In 1952 ging in Roosendaal zwembad De Stok open en er werd in die jaren over het al dan niet gezamenlijk zwemmen heftig gediscussieerd. Eerst stond de gemeenteraad het toe dat families met kinderen tot twaalf jaar oud gezamenlijk het bad betraden, daarna trok de raad het voorstel weer in en toen het een paar jaar later mogelijk werd, moesten de ouders volledig gekleed zijn.
Ook in Breda was er jarenlang discussie over het zogenaamde familiezwemmen. In 1932 liet K.F. van Brink, exploitant van het zwembad Boeimeer, gezinnen met kinderen op zondagochtend samen zwemmen en zonnen. De leden van het ‘comité van actie tegen zedenverwildering in Noord-Brabant' kwam hiertegen in verweer, omdat volgens hen de openbare zedelijkheid in gevaar werd gebracht; het comité zei 300.000 personen achter zich te weten.
De gemeenteraad verwierp de aantijgingen tegen Van Brink, maar besloot wel de Algemene Plaatselijke Politieverordening aan te scherpen, waardoor gemengd zwemmen en zonnebaden werd verboden aan personen ouder dan twaalf jaar.
In zwembad Het Ei scheidde daarom een betonnen schutting het dames- en herendeel van het bad. In Het Kostelooze was een dienstregeling ingesteld met openingsuren voor mannen en vrouwen. Dit verbod op gemengd zwemmen bleef bestaan in Breda tot 30 november 1954. Het verbod op gemengd zonnebaden (gemengd oeververkeer geheten) bleef bestaan tot 1957.Pas vanaf 7 juni 1957, na de afschaffing van dit verbod, konden de Bredase zwembaden zich richten op de ontvangst van hele gezinnen en jongens en meisjes in alle leeftijden. Dames en heren, jongens en meisjes mochten nu niet alleen met elkaar zwemmen, maar ook buiten het bad samen van de zon genieten.
In de Bredase gemeenteraad kwam het onderwerp van familiezwemmen en gemengd zwemmen regelmatig op de agenda. Vooral de raadsleden Toxopeus (VVD) en Jongbloed (PvdA) probeerden aanhoudend het familiezwemmen mogelijk te maken, bijvoorbeeld bij een debat op 19 december 1949. De heer Toxopeus bracht tijdens het debat in dat het gevaar van zedenbederf wel meeviel bij goed toezicht en dat het familiezwemmen goed was voor het toerisme en gezond voor de gezinnen. Mensen met meer geld konden in het noorden van Nederland of in België wel met hun gezin zwemmen.
Bovendien gaven volgens Toxopeus de gastvrije Bredase bossen meer aanleiding tot zedenbederf dan de zwembaden. Raadslid Jongbloed sloot zich bij hem aan en verwees naar een rapport uit de KVP-hoek, waarin stond dat katholieken met andere opvattingen rekening moesten houden in gemengde streken. Wethouder Struycken reageerde door te zeggen dat de KVP nog steeds tegen gemengd zonnebaden was, maar hij zette de deur op kier door te zeggen dat men niet tegen gemengd zwemmen was. Mevrouw Koppelaar, ook van de KVP, verwoordde de bezwaren uit de katholieke hoek nog eens heel precies.
Zij had allereerst bezwaar tegen de kleding in de zwembaden. ‘Meestal dragen de mannen alleen een broekje, terwijl de dames badpakken dragen zonder rug of wel alleen een broekje en een plastron (badhempje), jonge meisjes zelfs alleen een broekje'. Zij vond voorts dat in zwembaden de zelfbeheersing van jongens en meisjes onmenselijk zwaar op de proef werd gesteld. ‘Eerbaarheid en kuisheid gedijen niet op de open markt des levens. Aan jongens en mannen moet geleerd worden, dat zij de vrouw moeten respecteren'. Raadslid Koppelaar zei dat ze met dit standpunt vele katholieke verenigingen voor vrouwen vertegenwoordigde. In de gemeenteraad had de KVP in de jaren vijftig van de twintigste eeuw rond 60% van de stemmen en kon daardoor op dit punt zijn standpunt doordrukken.
Ondertussen ging het standpunt van de katholieke kerk schuiven. In 1955 meldden de bisschoppen dat er geen bezwaar meer was tegen gemengd zwemmen, wel tegen gemengd zonnebaden. In hetzelfde jaar vonden de leden van de Katholieke Sportbond, in vergadering bijeen in Vught, dat gemengd zwemmen geen principiële zaak meer was, dus onder bepaalde voorwaarden mogelijk moest zijn. Het bestuur van de Sportbond bleef tegen.
Ondertussen gingen steeds meer gemeenten om en stonden gemengd zwemmen of zwemmen voor families toe. De gemeenteraad van Breda was er in april 1953 nog steeds op tegen en wees een voorstel van PvdA'er Jongbloed om gemengd zwemmen toe te staan af met 23 tegen 11 stemmen.
Zoals al gemeld mocht er pas eind 1954 in de gemeente Breda gemengd worden gezwommen. Deze doorbraak kwam tot stand omdat het katholieke deel van de gemeenteraad geen bezwaar meer had. Slechts vier leden van de raad, afkomstig uit de KVP en de Katholieke lijst Meijs, stemden tegen.
Op 12 juni 1957 stemde de gemeenteraad ook in met de mogelijkheid van gemengd zonnebaden.34 Pas toen werd het mogelijk een groot openluchtbad aan te leggen in Breda, waar families met kinderen konden vertoeven.

Plannen voor een volksbadplaats in de jaren (1935-1953)

De Bredase KVP bleef dan wel tot 1954 tegen gemengd zwemmen, maar bij een debat in de gemeenteraad op 15 december 1949 gaf onderwijs- en sportwethouder Struycken al wel een opening. Hij zegde toe te gaan onderzoeken of een groot openluchtzwembad gerealiseerd kon worden zoals dat van de IJzeren Man bij Vught. Hier zou dan gemengd kunnen worden gezwommen, maar het zonnebaden zou dan gescheiden kunnen geschieden of in familieverband. Hij voorzag dat er binnen enkele jaren, waarschijnlijk voor de winning van zand, grote afgravingen bij Breda zouden komen, die dan ingericht konden worden voor familiezwemmen.



Op 15 december 1950 wierp wethouder Meijs (KVP), die Struijcken was opgevolgd als wethouder van sport en onderwijs, zich op als de man die ervoor zou gaan zorgen dat er een nieuw zwembad kwam in Breda waar familiezwemmen mogelijk was. Hij achtte de tijd er rijp voor, want in zijn eigen fractie waren al paar voorstanders van het familiezwemmen, Drion en Veldkamp. Het moest een nieuw zwembad worden, want de bestaande baden waren hiervoor niet geschikt, want te klein.
Eerder was er al naar een nieuw aan te leggen volkszwembad in Breda gekeken om de bestaande zwembaden te ontlasten. Tijdens de vergadering van de gemeenteraad van 10 december 1946 deed Brinkerhof (PvdA) de suggestie voort te gaan bouwen op een plan van de voormalige gemeente Ginneken (geannexeerd in 1942). Hij was als voormalig gemeenteraadslid van de opgeheven gemeente Ginneken en initiatiefnemer van de plannen van alle details op de hoogte.



Vanaf 1935 onderzocht de gemeente Ginneken de mogelijkheden om een groot zwembad aan te leggen in het Markdal achter de tuchtschool bij de wielerbaan en de hockeyterreinen. Zwemmen in de rivier de Mark was verboden en Brinkerhof vond dat de gemeente met een alternatief moest komen. In juni 1935 bracht hij dit voorstel in bij de gemeenteraad van Ginneken en zijn voorstel kreeg meteen de steun van burgemeester Serraris en een groot deel van de gemeenteraad.Het was een prestigieus plan voor een echt zwembad en niet een zwemkom in de rivier de Mark.
Het Ginnekense zwembad moest 100.000 bezoekers per jaar kunnen ontvangen en tevens functioneren als roeivijver en schaatsbaan. De commissie uit de raad die het zwembad voorbereidde nam vooral het zwembad van Swalmen als voorbeeld. Dit nieuwe openluchtzwembad, aangelegd op 25 hectare, had een schutting in het zwembassin om de heren en dames te kunnen scheiden. Bij het bad hoorde een voetbalveld en een speeltuin.
Er werd opgemerkt dat de pastoor van Swalmen het zwembad had ingezegend, dit om aan te geven dat de katholieke kerk er geen probleem mee had. Het initiatief in het Ginneken had een tweeledig doel: werkverschaffing en vergroting van de aantrekkingskracht van het Ginneken op zomergasten en nieuwe bewoners. In 1938 gaf de speciale raadscommissie zijn opdracht terug aan de raad. Het plan bleek financieel onhaalbaar en eerder werd er al geklaagd over grondspeculatie.
Het Bredase college van BW vond het idee van Brinkerhof een goede suggestie en men vroeg de directeur van Openbare Werken om advies. Na ettelijke aanmaningen kwam de waarnemende directeur in mei 1948 met de reactie dat een zwembad in het Markdal geen goed plan was. De kleedhokjes en afscheidingen zouden het natuurschoon te erg schaden en het zwembad lag te ver verwijderd van de woonwijken.
Een zwembad ten zuiden van de nieuw geplande woonwijk Heuvel leek Openbare Werken daarom een beter idee. De directeur zei toe dit te gaan bespreken met de stedenbouwkundige Ir. Verhagen. Dit overleg vond plaats in september 1948, waarbij Verhagen aangaf een zwembad in het Markdal ook geen goed plan te vinden, maar met de nieuwe wijken Boeimeer of De Heuvel kon hij akkoord gaan. Zodra de plannen van stedenbouwkundige prof. Granpré Molière bekend waren, kon worden bekeken bij welke woonwijk het beste een zwembad kon komen.
Daarna horen we niets meer van een plan voor een volkszwembad aan de westkant van de stad. Wethouder Meijs ging zich zelf na 1951 oriënteren bij zwembaden in andere plaatsen. Hij bezocht in ieder geval zwembaden in Vlaardingen. Dit moet het sportcomplex Vijfsluizen zijn geweest, dat door zijn parkachtige aanleg veel overeenkomsten vertoonde met het recreatiebad Wolfslaar.
Het in 1953 geopende zwembad Vijfsluizen was een groot multifunctioneel sportcomplex, aangelegd op een terrein van 11 hectare bestemd voor de werknemers van Shell en hun familieleden. Het complex bestond uit een visvijver, wandelpaden, sportvelden, speeltuin, een overdekte sporthal en een groot openluchtzwembad. Het recreatieoord was een cadeau van het jubilerende Shell voor zijn personeel en de directie zag het als een sociale voorzie-ning. Wellicht hoopte wethouder Meijs door de aanleg van een soortgelijk sportcomplex grote bedrijven in Breda te kunnen binnenhalen. Geïnspireerd door Vijfsluizen stapte wethouder Meijs af van het plan voor een natuur-zwembad dat werd gevuld met rivier- of grondwater en hij richtte zich op een circula-tiezwembad met helder water. Het voordeel van een dergelijk zwembad was dat het kon worden losgetrokken van de nabijheid van rivieren en het hoefde ook geen zandafgraving meer te zijn. Hierdoor kwamen veel nieuwe locaties in beeld en hij wendde zijn blik naar het landgoed Wolfslaar.

De aankoop van het landgoed Wolfslaar in 1955 door de gemeente Breda

Ten zuiden van Breda lag een van zijn mooiste landgoederen: het landgoed Groot Wolfslaar. De geschiedenis van dit landgoed gaat terug tot het begin van de zestiende eeuw, toen er in het Ginneken sprake was van een grote boerderij met de naam ‘Wolfslair'.Deze boerderij groeide in de loop van de eeuwen uit tot een echt landgoed met een groot herenhuis en bijgebouwen.
In het koetshuis is tegenwoordig het restaurant Wolfslaar gevestigd. Begin 1955 bestond het landgoed uit twee delen. Het ene deel was het eigenlijke landgoed met het herenhuis, ook wel aangeduid met de term kasteel.
Hierbij hoorde een koetshuis, een tuinmanswoning en een prachtig park met twee vijvers en een hertenkamp. Dit deel had een oppervlakte van 12 hectare, waarvan 2,5 hectare was verpacht. Het landgoed kwam rond 1949 in het bezit van het sanatorium Klokkenberg voor de tijdelijke huisvesting van broeders. Toen in 1953 hun nieuwe huisvesting bij Galder werd opgeleverd, verhuisden de broeders naar Galder en kwam het landgoed in de verkoop.
De gemeente Breda kocht het landgoed voor ƒ 95.000.Het andere deel, de boerderij Groot-Wolfslaar, was in het bezit van de twee dames Teurlings. Deze villaboerderij stond op een stuk grond van 21 hectare, waarvan 20 ha was verpacht. Op 29 juni 1954 overleed de laatste van de twee dames Teurlings en de erfgenamen verkochten het complex op 20 april 1955 aan de gemeente Breda voor ƒ 115.000. De gemeente kon de villaboerderij voor een scherpe prijs kopen, want de erfgenamen zaten krap bij kas in verband met het betalen van de successierechten.



Wethouder Meijs vroeg op 12 januari 1955 de gemeenteraad om toestemming voor de aankoop van het landgoed Wolfslaar met de villaboerderij Groot-Wolfslaar. Veel gemeenteraadsleden wilden weten waarom hij het wilde aankopen. Wethouder Meijs gaf twee argumenten. Het eerste argument dat hij aanvoerde zou je negatief kunnen noemen: als de gemeente het landgoed niet aankocht, was er een groot risico dat het park zou verdwijnen en dat bomen gekapt zouden worden.
‘Dat was eerder gebeurd bij het landgoed Heilaar, een landgoed ten zuiden van Prinsenbeek, zei hij. Als tweede en positiever argument bracht de wethouder naar voren dat ‘Gedacht is aan speelterreinen, hockey- en voetbalvelden en aan een recreatieoord waar het voor de moeder met haar kinderen een aangenaam vertoeven zal zijn'.
Hij verwees hierbij naar het recreatieoord in Vlaardingen van Shell. Maar als er andere ideeën waren kon de raad die nog inbrengen. De verwijzing naar moeders met kinderen en Vlaardingen maakte duidelijk dat de wethouder dacht aan een recreatiezwembad met een brede functie. In de gemeenteraad werd het woord zwembad door niemand in de mond genomen, het verbod op gemengd zonnebaden was in Breda namelijk nog steeds van kracht en dit heikele onderwerp kon waarschijnlijk beter niet openbaar worden besproken. In de raad werd het voorstel tot aankoop van landgoed Wolfslaar breed gedragen en met 32 tegen 1 stem nam de Bredase raad het voorstel aan.

Plannen voor de aanleg van zwembad Wolfslaar

Openbare Werken van de gemeente Breda nam de leiding bij het ontwikkelen van het recreatieoord Wolfslaar, toen nog geschreven als Wolfslaer met het chique ‘ae'.

Uit latere gegevens is bekend geworden dat de gemeente Breda eerst de bekende landschapsarchitect Bijhouwer (1898-1974) de opdracht gaf een totaalplan te maken voor het hele landgoed.
Bijhouwer had al in 1944 het kerkhof op de Bieberg ontworpen en hij was door burgemeester Prinsen in 1949 aangetrokken om het sanatorium Klokkenberg landschappelijk in te bedden.Met deze burgemeester had hij in Roosendaal al nauw samengewerkt. We weten alleen van de betrokkenheid van Bijhouwer, omdat er later een ambtelijk conflict ontstond en ambtenaren ernaar verwezen. Van uitvoerende activiteiten is niets bekend.
Er werd door de gemeente Breda een opzet gemaakt voor het complex en dit plan besprak men op 5 november 1957 met de heer Van Gelderen, expert van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). De vereniging profileerde zich in deze jaren als adviseur van gemeenten die bezig waren met de aanleg van sportfaciliteiten, waaronder zwembaden.
Uit een bewaard gebleven gespreksnotitie met de heer Van Gelderen, blijkt dat de gemeente Breda mikte op een zwembad met drie baden: een diep bad met aparte spring-kuil, een ondiep bad en een kleuterbad. Het bad was bestemd voor 180.000 badgasten per jaar, waarbij op topdagen gerekend kon worden op 6000 gasten. Deze bezoekers hadden 22 toiletten nodig en 26 douches. De gasten konden zich verkleden in 100 cabines, de jonge kinderen beschikten voor het omkleden over een paar gemeenschappelijke kleedruimtes. De bewaakte garderobe moest 2000 tot 2500 kledinghaken hebben, die aan 400 meter roe werden opgehangen.Van Gelderen raamde de kosten van de bouw, exclusief de grondverwerving, op 800.000 tot 1.000.000 gulden.
Hij adviseerde voorts een architect van goede naam op het gebied van zwembaden aan te trekken. Hij noemde architect Wesselo en Ir. Hijdenberg van de Heidemij.47 De Heidemij werd later inderdaad betrokken bij de aanleg van zwembad Wolfslaar. Het ontwerp van het kleuterbad werd aan de hand van het advies van VNG aangepast. Eerst werd er gedacht aan een langwerpig bad, maar Van Gelderen adviseerde ‘met het oog op de bereikbaarheid van het badende kind voor de moeder' een ronde vorm met een maximale diameter van 15 meter. Vaders gingen in deze tijd nog niet met hun peuters en kleuters naar het zwembad. Op twee punten ging Openbare Werken niet mee met het advies.



Volgens de VNG was een wedstrijdbad niet echt nodig, maar bij alle latere ontwerpen bleef het diepe bassin een lengte houden van 50 meter en daarmee was het bad geschikt voor nationale en internationale zwemwedstrijden. Verder bleven de bassins redelijk ver van elkaar afliggen, hoewel dit meer toezicht zou vergen en door langere leidingen duurder was in aanleg.
Een reden om hieraan vast te houden werd niet gegeven. Mogelijk speelde de discussie rondom het gemengd zwemmen en zonnebaden, die in de gemeenteraad tot in 1957 doorliep, hierin mee en wilde de gemeente Breda de verschillende doelgroepen (sport-zwemmers, families met kleine kinderen en grotere kinderen) uit elkaar kunnen houden.
In 1958 en 1959 maakte Openbare Werken nieuwe tekeningen voor de aanleg van zwembad Wolfslaar en werd er bodemonderzoek gedaan. De plaats en de vorm van de bassins, kleedlokalen en het restaurant kwamen toen vast te liggen en zijn daarna eigenlijk niet meer veranderd.
Op basis van deze tekening liet Openbare Werken een maquette maken, die werd doorgegeven aan de pers. In Dagblad De Stem van 19 december van 1958 verscheen een groot artikel over het nieuwe openluchtzwembad, dat men in het jaar 1961 in gebruik dacht te kunnen nemen.
Het terrein van het zwembad besloeg toen nog 7 hectare en het complex werd geheel omgeven door de kanovijver met de daaraan gekoppelde gracht. Opvallend is dat zwembad en landgoed met park nog één geheel vormden. Met een kano of een waterfiets konden bezoekers niet alleen rond het zwembad peddelen, maar ook rond het landgoed.



Met blauw is de omvang aangegeven bij de opening van het bad in 1965. De verbinding met het landgoed is dan opgegeven. Door het verdwijnen van de roeigracht om het zwembad heen is het mogelijk extra sportterreinen aan te leggen aan de westkant, achter de dameskleedkamers. Dit om grote aantallen bezoekers op te vangen en meer vormen van sport te kunnen aanbieden. Met rood is de omvang in 2014 aangegeven. De roeivijver en het restaurant zijn nu natuurgebied en het middeldiep is gehalveerd. De sportterreinen zijn nog steeds bestemd voor sport, maar horen niet meer bij het zwembad.
Verder liepen er wandelpaden om het hele complex. Op een andere maquette is de mogelijkheid om met een bootje rond het hele landgoed te peddelen verdwenen. Wel zijn er nog mooie zichtlijnen tussen zwembad en landgoed. Op de ontwerptekeningen van Openbare Werken uit 1959 is de relatie met het landgoed helemaal verdwenen en is er geen aandacht meer voor zichtlijnen of verbindingsroutes met paden.
Eind 1958 werd de gemeenteraad informeel bijgepraat door de wethouders over de te verwachten grote projecten in de stad, waaronder zwembad Wolfslaar. Op 14 januari 1959 gaf de hele raad groen licht voor de plannen voor het zwembad. De kosten werden geschat op f 2.250.000, waarbij waren inbegrepen f 60.000 voor adviseurs en f 324.000 voor de kleedlokalen.
Uitblijven van toestemming en ambtelijke ruzies zorgen voor vertraging Tussen het groene licht van de gemeenteraad voor de aanleg van het zwembad en de opening in 1965 zat een gat van meer dan zes jaar. Uiteindelijk ging het zwembad pas vier jaar later open dan gepland. Hier speelden drie zaken een rol:
• het ambtelijk apparaat,
• de instemming van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant,
• de instemming van de rijksoverheid.

Instemming van de provincie en de rijksoverheid was in de jaren vijftig nodig voor gemeenten om grote bouwprojecten te kunnen starten. De middelen - geld en materialen - waren nog schaars en de overheid wilde alle gemeentelijke bouwplannen kunnen controleren.
Binnen het ambtelijk apparaat van de Breda was vooral de afdeling Onderwijs, Sport en Subsidiezaken (OSS) geïrriteerd geraakt door afdeling Openbare Werken, die de hele planvorming rondom het zwembad Wolfslaar naar zich toe had getrokken.
De gemeente Breda had ondertussen het plan voor het nieuwe zwembad voorgelegd aan de Provincie Noord-Brabant. Gedeputeerde Staten gaven nog geen toestemming, vooral vanwege het te verwachten tekort op de exploitatie.KVP-wethouder Bastiaensen beloofde de raad een nota aan te bieden over alle zwembaden in Breda.
Binnen 2 maanden kwam de nota er in conceptvorm en de inhoud was explosief. De ambtenaren van OSS, die gepikeerd waren, omdat ze tot dan toe buiten de planvorming waren gehouden, adviseerden BW te stoppen met de aanleg van zwembad Wolfslaar. In hun reactie van 13 januari 1961 verweten ze Openbare Werken dat het plan was uitgekleed tot een gewoon openluchtzwembad op 7 hectare, terwijl bedoeld was te komen tot een recreatieoord op het landgoed.
Dit recreatieoord op het hele landgoed van 32 hectare zou gezinnen de mogelijkheid hebben gegeven tot dagverblijf, dat ingevuld kon worden met verschillende activiteiten. In de nota adviseerde de afdeling OSS het Sportfondsenbad uit te breiden met een instructiebad en bij het zwembad Het EI een overdekt bad te gaan bouwen. Het landgoed Wolfslaar kon de gemeente in hun ogen beter inrichten met speelweides met een kanovijver, naar voorbeeld van het Amsterdamse Bos.
Deze nota vroeg om een snelle reactie. Wethouder Vermeulen, PvdA en Openbare Werken, nodigde alle betrokken ambtenaren en zijn collega-wethouder Bastiaensen van de KVP uit voor overleg. Wethouder Koos Vermeulen was op 30 maart 1960 vers aangetreden, nadat zijn voorganger Jongbloed was afgetreden wegens ziekte.53 Vermeulen was een daadkrachtig bestuurder, die hield van grote plannen, zoals de bouw van congrescentrum Het Turfschip.
Binnen het ambtelijk apparaat stond Vermeulen bekend als een vasthoudende man, die ‘binnen het Gemeentebestuur altijd de zaak aan de praat hield tot hij zijn zin kreeg'.54 Het overleg over het zwembad vond op 6 februari 1961 plaats onder voorzitterschap van wethouder Vermeulen.
Waarschijnlijk heeft hij het overleg voorbesproken met zijn collega-wethouder Bastiaensen, want ze zaten gedurende het overleg op één lijn. Het nieuwe zwembad moest er komen, maar dan op een groter terrein. Hierdoor kreeg de stad de beschikking over een groter terrein dat meer mogelijkheden tot recreatie bood. Om aan de bezwaren van de Provincie Noord-Brabant tegemoet te komen moesten de ambtenaren uitzoeken of het niet wat goedkoper kon en de begroting zou optimistischer opgesteld worden om de exploitatielasten lager te krijgen. Tenslotte bood wethouder Vermeulen aan de afdeling OSS excuses aan voor de gebrekkige communicatie. Conclusie van het overleg was dat de plannen voor het zwembad snel uitgewerkt konden gaan worden.



In het jaar 1961 bleven de afdelingen Openbare Werken en OSS elkaar bestoken met nota's. De afdeling OSS probeerde daarbij te komen tot een totaalplan voor het hele landgoed, waarbij verschillende vormen van recreatie op het terrein mogelijk moesten worden. Hierbij dacht men aan een schaatsbaan, ponyrijden, een wielerbaantje en een kampeerterrein. De afdeling Openbare Werken bleef vooropstellen dat het vooral een zwembad moest worden en rekende alles nog eens door met behulp van Duitse handboeken.
De Bredase ambtenaren lazen daarin bevestiging dat de bezoekerscapaciteit niet hoger moest worden dan 200.000 bezoekers per jaar met een maximum dagcapaciteit van 8000 bezoekers. Er kwamen twee aanpassingen in het plan: de ligweide werd uitgebreid met ca. 10.000 m 2 en het filtergebouw kwam niet onder het restaurant, maar onder de herenkleedkamers. Dat was een goedkopere oplossing en bovendien veiliger, want dan was het niet nodig chloorflessen dwars door het zwembad te vervoeren.
Bij calamiteiten zouden chloordampen met een overwegende zuidwestenwind van het zwembad afdrijven. Een andere toegeving aan de afdeling OSS was dat de watersingels rondom het zwembad verdwenen, waardoor het complex van sportvelden kon worden voorzien en uitbreidingen in de toekomst mogelijk bleven.
De afdeling OSS wilde geen kanovijver, maar die bleef gewoon in het plan opgenomen. Het zand van de vijver was namelijk nodig om de ligweiden op te hogen en het diepe bad verhoogd te kunnen aanleggen. Aanleggen van het diepe bad op verhoogde grond was goedkoper, omdat er dan geen dure voorzieningen nodig waren voor de opvang van de druk van het grondwater. Deze hoge ligging van het diepe zwembad geeft nog steeds allure aan het bad en biedt bezoekers een mooi zicht op het complex en het nabij liggende Ulvenhoutse bos.
Op 17 augustus 1961 bezocht het Bredase College het landgoed Wolfslaar en ambtenaren van de beide betrokken afdelingen praatten het college bij over de bestaande plannen. Het was een zware delegatie bestaande uit de burgemeester Geuljans, de wethouders Vermeulen en Meijs, de gemeentesecretaris en de ambtenaren Elich (de nieuwe directeur Openbare Werken), Van Oijen, Christiaansen en Bolwerk.Zij lieten zich informeren over de verschillende zienswijzen op het nieuwe zwembad en konden op locatie alles bekijken.
Het huis Wolfslaar kreeg een aparte, rustige bestemming. Er werd gedacht hier een soort restaurant te vestigen voor hotelgasten en pensiongasten in Breda. Een plek waar ze elkaar konden ontmoeten, wat konden lezen of naar muziek luisteren. Het was de bedoeling dat het College van burgemeester en wethouders in september 1961 de knoop zou doorhakken.
Op 13 december 1961 werd de al lang beloofde nota over de zwemsituatie in Breda aangeboden aan de gemeenteraad. Enkele raadsleden van KVP en PvdA informeerden de raad tijdens het debat over de nota naar de realisering van het ‘recreatie-centrum' Wolfslaar, want daar zei de nota niets over. Over de ambtelijke discussies waren ze dus niet geïnformeerd.
De schuld voor de stagnatie werd helemaal bij gedeputeerde staten gelegd, die het krediet voor de bouw van het zwembad maar niet wilden goedkeuren en de uitblijvende goedkeuring van de rijksoverheid. Uit de beantwoording van de vragen blijkt wel dat het bezoek aan het zwembad Het Ei terugliep door de opening van Bosbad Hoeven in 1956. Een mooi nieuw zwembad, dat snel populair is bij de Bredase bevolking en waar gemengd kon worden gezwommen. Het college bleef topprioriteit geven aan het nieuwe zwembad op het landgoed en het nieuwe Gemeentelijk Sportcentrum in het Brabantpark.

Vergelijking met Tilburg en Roosendaal

De afdeling Onderwijs en Sport in Breda maakte zich dus terecht zorgen over de grote bezoekersaantallen. Dit op basis van de cijfers uit nabijgelegen gemeenten. Het is daarom goed om de zwembaden in de omliggende plaatsen te beschouwen en te kijken hoe de bezoekersaantallen zich daar ontwikkelden.
De gemeente Roosendaal was een stuk kleiner dan de gemeente Breda en had in 1950 33.000 inwoners. Vanaf 1952 was er een gemeentelijk openluchtzwembad, De Stok. Het initiatief voor dit zwembad kwam van burgemeester Claudius Prinsen. In 1962 renoveerde de gemeente dit zwembad en het bad kreeg betonnen bassins. Het bad trok in de zomer grote aantallen bezoekers, tussen de 200.000 en 250.000.
Twee jaar later kreeg Roosendaal nog een klein binnenbad, speciaal voor school- en diplomazwemmen: De Kwakkelkooi.
Het zwembad De Stok, maar ook het Bredase zwembad Het Ei, kregen vanaf 1956 concurrentie van het splinternieuwe Bosbad Hoeven. Dit complex is gelegen tussen Hoeven en Bosschenhoofd en het was het grootste openluchtzwembad van Noord-Brabant. Bosbad Hoeven beschikte over mooie zwembassins, een speeltuin, een restaurant, een kanovijver en ligweiden. Een extra extractie was een Catalina vliegboot.
Bijzonder was dat gemengd zwemmen er gewoon was toegestaan, terwijl dit in alle andere baden in de regio nog verboden was. Tilburg liep aanvankelijk achter op Breda. Opmerkelijk, omdat de stad met zijn 140.000 inwoners een derde groter was dan kleine buurman Breda. Tot 1954 was overdekt zwemmen niet mogelijk en zwommen Tilburgers in het openlucht-bad Ringbaan-Oost. Tilburgse getalenteerde wedstrijdzwemmers moesten begin jaren vijftig noodgedwongen in Breda zwemmen.
Er kon ook nog gezwommen worden in het Baksche Ven, maar dat was een bad dat alleen toegankelijk was voor leden. Dit natuurbad, dat nog steeds bestaat, koestert zijn ledenmodel en behoudt een exclusieve uitstraling.Het zwembad Ringbaan-Oost haalde bezoekersaantallen tot 300.000 per jaar.
Deze grote aantallen bezoekers in combinatie met de snelle bevolkingsgroei maakten dat het stadsbestuur vanaf 1955 ging kijken naar een tweede openluchtzwembad. Dit bad kwam er uiteindelijk in 1962 aan de westkant van de stad bij de Zouavenlaan. Uitblijvende toestemming van het rijk voor de bouw veroorzaakte ook hier een deel van het oponthoud, maar ook discussies over de beste plaats voor het zwembad.
Net als Wolfslaar werd het een zwembad met drie bassins en ligweiden. Een kanovijver ontbrak hier. Later noemde men dit ‘Het bad aan de Friezenlaan'. De Tilburgse gemeentelijke zwembaden haalden samen grote aantallen bezoekers, in 1966 meer dan 750.000.
De bezoekersaantallen van de zwembaden in de omliggende steden lieten zien dat zwembad Wolfslaar zich moest voorbereiden op grote bezoekersaantallen. De aanpassing van de plannen zorgde ervoor dat zwembad Wolfslaar uitgebreidere sportvoorzieningen kreeg en door het laten vallen van de singels rondom het zwembad was in de toekomst vergroting van de ligweiden mogelijk. Verder werd ook duidelijk dat familiezwemba-den als Bosbad Hoeven een grote aantrekkingskracht hadden en dat vele Bredanaars er graag vertoefden. Met zijn ligging, voorzieningenpakket en gemengd zwemmen moest Wolfslaar de concurrentie met Bosbad Hoeven aankunnen.

De Bredase gemeenteraad gaat akkoord (19 oktober 1963)

De Bredase ambtenaren maakten in de jaren 1962 en 1963 de plannen voor zwembad Wolfslaar definitief.De provincie Noord-Brabant had intussen toestemming gegeven aan Breda het geld vrij te maken voor deze investering.Wethouder Van Bijnen (KVP), die wethouder Bastiaensen opvolgde na de gemeenteraadsverkiezingen van 1962, berichtte in mei 1963 dat hij het ministerie van Volkshuisvesting had bezocht. Na jarenlang lobbyen had hij de toezegging gekregen dat de rijksoverheid voor het einde van het jaar toestemming zou gaan geven.
Wethouder Van Bijnen vroeg en kreeg van de gemeenteraad toestemming om al met de grondwerken van het zwembad te beginnen. Het zand dat gewonnen werd bij de aanleg van de kanovijver kon worden gebruikt bij de aanleg van het diepe bad, dat op een verhoging kwam te liggen.
In juli 1963 begonnen de graafwerkzaamheden op het landgoed en in dagblad de Stem verscheen een groot artikel over het nieuwe zwembad met een plattegrond. Het zwembad werd in de krant aangeduid als een ‘recreatie-oord' en een ‘lustoord' en als ‘een van de voornaamste projecten, die ooit in deze stad zijn verwezenlijkt'.De enige hobbel die dan nog moest worden genomen was de gemeenteraad van Breda.
Daar het plan werd gedragen door twee wethouders van de KVP en PvdA (Van Bijnen en Vermeulen), hoefde het college niet veel problemen te verwachten. Deze twee partijen bezaten in deze periode samen meer dan 80% van de raadszetels.


Op 19 oktober 1963 werd het nieuwe plan voor recreatiezwembad Wolfslaar in de gemeenteraad besproken. Het college vroeg de raad een extra krediet van f 999.000 boven het al in 1959 toegekende krediet van f2.239.000. De extra kosten werden vooral veroorzaakt door vier factoren:

• de verbreding van de Wolfslaardreef en de weg naar het Ulvenhoutsebos om het zwembad heen (Charlotte Cuypersdreef): f 299.000,
• extra grondverwerving (om de aanleg van sportvelden bij het zwembad mogelijk te maken): f 117.000,
• betegeling zwembassins: f 129.000,
• grondwerken duurder dan gedacht: f 129.000.

Met nog andere extra kosten en de aankoop van het landgoed kwam de aanleg van het zwembad nu op f 3.453.000. Omgerekend naar tegenwoordige koopkracht zou dat een investering zijn geweest van D 20.413.000. Voor de exploitatie verwachtte het college een jaarlijks tekort van f 200.000 bij een aantal van 200.000 bezoekers per jaar. In de raad was er alleen discussie over de manier van financiering, maar niet over het plan zelf. Na de toezegging van burgemeester Geuljans dat het tarief van de kanovijver nog wat omhoog zou kunnen, ging de gemeenteraad met het hele plan akkoord.
Moeilijke vragen over het plan voor het zwembad stelde de raad niet meer. Het landgoed Wolfslaar met herenhuis en park bleef nu bijvoorbeeld helemaal buiten de plannen. Het opknappen van het landhuis Wolfslaar met het park moest uit een ander budget komen.

Sprangers Bouwbedrijf bouwt zwembad

Na dit akkoord van de gemeenteraad ging het college in volle vaart door met de aanbesteding van de bouw. Het rijk had namelijk laten weten pas toestemming te verlenen als Breda een offerte van een aannemer kon overhandigen die binnen het budget viel. De gemeente nodigde daarom begin december vier Bredase bouwbedrijven (IGB, Albouw, Sprangers en Korteweg) en een Amsterdams bouwbedrijf (‘De Kondor') uit zich in te schrijven.
Sprangers Bouwbedrijf kwam als beste uit bus en de aannemer kon direct aan de slag omdat de rijksoverheid al voor 15 januari 1964 toestemming had gegeven voor de bouw.
Dat Sprangers Bouwbedrijf als beste uit de bus kwam was niet toevallig, want deze Bredase aannemer had een goede naam opgebouwd, zowel bij het bisdom Breda als bij de gemeente Breda. In Breda kreeg het bedrijf begin jaren zestig van de twintigste eeuw veel prestigieuze bouwopdrachten aan en rond de Markendaalse weg: ondermeer het politiebureau (1961), het gebouw van de Raad van Arbeid (nu Cingelcollege). In Breda ging men spreken over het ‘Sprangersplein'. Tussen 1964 en 1966 bouwde Sprangers ook het Gemeentelijk Sportcentrum bij de Claudius Prinsenlaan.
Sprangers Bouwbedrijf specialiseerde zich in de utiliteitsbouw, waardoor het zich afzijdig hield van de woningbouw. Het bedrijf had al wel eerder meegebouwd aan wat het grootste en mooiste openluchtzwembad van Nederland moest worden: het Zuiderparkbad in Den Haag. Dit bad bouwden de gebroeders Sprangers in de jaren 1924-1925. Elementen die we veel later ook bij zwembad Wolfslaar ontdekten, waren in het Zuiderparkbad al aanwezig. Evenals in Wolfslaar waren de zwembassins van beton, lag het zwembad midden in een park en waren er duikplanken en bezoekersterrassen. Het bleef in deze periode het enige uitstapje buiten West-Brabant van de gebroeders Sprangers, want het bedrijf leed een fors verlies op dit bouwproject.
Het inrichtingsplan voor zwembad Wolfslaar kwam uit de koker van de Heidemij, zonder dat er verder namen van medewerkers naar voren komen uit de stukken. Bij de opening van het zwembad bood dit bedrijf drie bloembakken aan.
Stadsarchitect Jo de Bruin en ‘zijn' Wolfslaar
De burgemeester bedankte bij de opening ook stadsarchitect Jo de Bruin, die de gebouwen van het zwembad had ontworpen. Onder burgemeester Prinsen haalde de stad toonaangevende architecten en stedenbouwkundigen naar binnen, maar na zijn overlijden in 1952 gaf de gemeente weer ontwerpopdrachten aan lokale architecten, zoals Margry.De Bruin past binnen deze trend.
Over zijn persoon en zijn rol bij het ontwerpen van het zwembad is uit de archiefstukken niet veel op te maken. De tekeningen van het zwembad zijn allemaal op naam gezet van Openbare Werken van de gemeente Breda, zonder een naamsvermelding van een architect.
Jo de Bruin werd geboren in Hilversum in 1910. Hij volgde de opleiding bouwkunde aan de Hogeschool in Utrecht. Na de Tweede Wereldoorlog werkte hij kort voor een architectenbureau in Breda, waarna hij rond 1950 als hoofd van de tekenkamer in dienst trad bij Openbare Werken van de gemeente Breda. Hij was als architect betrokken bij vele grote opdrachten van de gemeente Breda, maar omdat hij alleen een hbo-opleiding had gedaan, was het moeilijk carrière te maken binnen Openbare Werken. Het hoofd van Openbare Werken, Ir. Gooden, was wel een echte ingenieur, opgeleid in Delft.
Verder was De Bruin protestant, wat in het overwegend katholieke Breda niet altijd makkelijk was. Toch wist hij promotie te maken en hij kreeg in ieder geval al voor het jaar 1965 de functie van stadsarchitect. In die rol was hij betrokken bij allerlei bouwprojecten van de gemeente, zoals de Sterflat aan de Graaf Engel-brechtlaan en de brandweerkazerne met slangenhuis. Bij deze kazerne speelde ook Sprangers Bouwbedrijf een rol. Jo de Bruin overleed in Breda in het jaar 1994.



Tussen de jaren 1962 en 1965 was Jo de Bruin eigenlijk alleen maar bezig met zwembad Wolfslaar. De opzet van het zwembad ging terug op een ontwerp uit 1958, wat grotendeels overeind bleef. Bij de herenkleedkamers kwam een stenen aanbouw voor de waterzuivering. In de eerste fase maakte hij de tekeningen, in de tweede fase (na 1963) begeleidde hij de bouw. Regelmatig bezocht hij het zwembad in aanleg en had hij overleg met Sprangers Bouwbedrijf.

Soms nam hij op zondag zijn zoon Huug mee naar de bouwplaats. Hij had oog voor tal van details, zoals de tegeltjes voor de zwembassins. Hij bezocht persoonlijk de fabriek van Villeroy Boch in Luxemburg en in zijn huis bewaarde hij stalen van de tegeltjes.

Gemeente Breda neemt zwembad Wolfslaar in eigen beheer

Over een rol van Karel van Brink, de exploitant van zwembad Het Ei, bij de totstandkoming van zwembad Wolfslaar is in de stukken niets terug te vinden. Wel is het zo dat hij zich bij de gemeente had aangemeld om Wolfslaar zelf te exploiteren of het bad te gaan beheren in dienst van de gemeente Breda.
Hij had in de afgelopen 30 jaar een goede verhouding met de gemeente opgebouwd en leden van de gemeenteraad en de wethouder Van Bijnen waren vol lof over hem. De gemeente Breda koos er voor het nieuwe zwembad zelf te exploiteren. Dit vanwege de sociale functie van het zwembad en de hoge investeringen.
Op 26 november 1964 stemden de fractievoorzitters hiermee in.De Bredasche Courant geeft aandacht aan dit besluit van de gemeenteraad, maar gaf er verder geen analyse bij.De sociale functie zal wel betekend hebben dat de gemeente zich neerlegde bij een negatieve exploitatie van het zwembad en dat bij een commerciële exploitatie de toegangsprijzen te hoog zouden gaan uitvallen. Het beheer van het restaurant en de consumptietenten gaf de gemeente in handen van brouwerij de Drie Hoefijzers, die er weer pachters in zou plaatsen.
Karel van Brink veranderde van zwembadondernemer in gemeenteambtenaar. Hij werd hoofd van de gemeentelijke zwembaden, dus ook van zijn oude bad Het Ei. De baden kregen hiermee een kundige manager, die wist hoe je zwembaden bedrijfsmatig moest beheren. Hij had een warm hart voor de zwemverenigingen. Wedstrijdzwemmers konden in de vroege ochtend, tussen zes en zeven uur, hun wedstrijdbaantjes trekken in Wolfslaar.



Wolfslaar krijgt een eigen logo en huisstijl

Begin 1965 kreeg Kees Zwart van de gemeente Breda de opdracht een huisstijl voor het nieuwe zwembad te ontwerpen, een aansprekend beeldmerk was een eis. Bezoekers van binnen en buiten de stad moeten worden geïnformeerd over een bezoek aan het zwembad en de weg weten te vinden.



Kees Zwart was leraar aan Sint-Joost, maar had in Breda sinds 1958 ook een bureau voor grafische vormgeving. Hij werkte veel voor de gemeente en heeft als grafisch vormgever bijdragen geleverd aan het congrescentrum Het Turfschip en de schouwburg.Zijn bureau, waar in die tijd vier mensen werkten, kreeg ook opdrachten van particuliere ondernemingen als De Faam, Hero en Hispano Suiza. Het bureau was gevestigd in een oude brouwerij bij de vishal aan de haven, in welke ruimte later het café Het Klapcot kwam en nu restaurant Binnen te vinden is.

Als beeldmerk kreeg het zwembad een zonnetje met zonnestralen in de vorm van golfjes. Dit logo kwam overal terug: op abonnementen, brochures en bewegwijzering. In een ontwerpboek gaf het bureau de gemeente voorstellen voor al deze uitingen met als doel te komen tot een consequente vormgeving. In dit ontwerpboek is via schetsen en tekeningen te volgen hoe dit het logo werd.
Het bureau maakte ook een ontwerp voor de teksten op wegwijzers naar het nieuwe zwembad. Op twee kruispunten (op de hoek van de Wolfslaardreef/Bavelselaan en op het kruispunt Bavelselaan/Allerheiligenweg) staan nog de originele wegwijzers uit 1965. Dit type wegwijzers wilde de gemeente Breda op meer plaatsen gaan gebruiken om bezoekers de weg te wijzen naar culturele instellingen en bedrijven. Op de wegwijzers van Wolfslaar is de oude tekst met het zonnetjeslogo niet meer te zien. Iedere keer dat er een andere beheerder voor het zwembad kwam, overplakte hij namelijk de borden met nieuwe teksten.

Opening van zwembad Wolfslaar op zaterdag 26 juni 1965

Via de krant was de voortgang van de bouw van het recreatiebad voor iedereen te volgen. Op 15 juli 1964 liep het eerste water al in het zwembad en in voorjaar 1965 verscheen in De Stem weer een bericht over de bouw.De oplevering van zwembad Wolfslaar liep vertraging op. Het was de bedoeling het zwembad te openen op 15 meimaar op 5 juni ging het bad pas officieus open. Het trok de eerste weken al tienduizenden nieuwsgierige bezoekers.
Op zaterdagochtend 26 juni opende burgemeester Geuljans Wolfslaar officieel. De lokale kranten De Bredase Courant en De Stem beschreven de opening uitvoerig.Door zijn verschillende functies was het complex moeilijk aan te duiden. De Bredasche Courant noemde het in de kop een recreatiebad, De Stem sprak van een ‘recreatie-oord' en benadrukte het intensieve gebruik van de sportvelden.


26 Juni was een mooie dag met maar een paar wolkjes. Er waren 300 mensen bij de opening uitgenodigd; ook verenigingen en scholen waren aanwezig. Burgemeester Geuljans vond een officiële opening op zijn plaats om de vele medewerkers te bedanken. Hij benadrukte, dat ‘wat wij hier vandaag openen is niet zo maar een zwembad, noch minder een soort lunapark, maar een echt lustoord in de beste betekenis van het woord. Het specifieke van Wolfslaar is erin gelegen dat hier iedere mens, van kleuter tot bejaarde, geheel tot rust en ontspanning kan komen'.
Zijn dankwoord richtte Geuljans aan de betrokken bouwbedrijven (Heidemij en Sprangers) en hij verdeelde zijn bedankjes eerlijk over de twee betrokken afdelingen van de gemeente. Hij bedankte wethouder Van Bijnen van sport- en jeugdzaken samen met zijn ambtenaren en hij bestempelde Van Bijnen speels tot ‘grootste visser van Wolfslaar', omdat hij de goedkeuring voor de aanleg had losgekregen van het rijk. Wethouder Vermeulen en zijn ambtenaren kregen hierna dank voor hun rol. De vrede tussen deze twee afdelingen was dus definitief getekend.
Het was opvallend dat de voorzitter van zwemvereniging Surae zijn dankwoord niet richtte tot de burgemeester, maar tot Karel van Brink als het nieuwe hoofd gemeentelijke zwembaden. Hij hoopte dat de prettige samenwerking met hem kon worden voortgezet. Dit doet vermoeden dat Van Brink achter de schermen had gepleit voor de zwemverenigingen en de aanleg van een 50-meterbad, dat geschikt was voor alle wedstrijden. De voorzitter gaf hem namens Surae een wandversiering cadeau.
Een bijzondere gast bij de opening was de heer G.M. van Zwol, de gemeentesecretaris van de gemeente Nieuw-Ginneken. Hij bedankte Breda voor het nieuwe bad en het feit dat het bad tegen Ulvenhout was aangelegen waardoor veel bewoners al een zwemabonnement hadden genomen. Breda had de wedstrijd met de buurgemeente gewonnen: wat de gemeente Ginneken in de jaren dertig niet voor elkaar kreeg, een nieuw groot openlucht-bad bij Ulvenhout, lukte de gemeente Breda dertig jaar later wel.


Wolfslaar bleek al gauw in een grote behoefte te voldoen. Binnen een paar weken na de officiële opening telde men al 100.000 bezoekers. Het bad haalde de eerste jaren bezoekersaantallen van 300.000 tot 400.000.
De bezoekersaantallen kwamen boven het half miljoen per jaar te liggen toen in 1968 de gemeente Breda zorgde voor verwarmd water. Bij het vijftienjarig bestaan van Wolfslaar waren er al zes miljoen mensen het toegangsloket gepasseerd. In 1969 werden de Nederlandse zwemkampioenschappen in Wolfslaar gehouden, maar de nadruk lag op de recreatiesport. De zwembaddirectie organiseerde voetbal-, volleybal en basketbalwedstrijden en gaf ruimte voor waterfietsraces.
In deze eerste periode kon Wolfslaar zeker een recreatieoord worden genoemd waar meerdere vormen van sport werden aangeboden.

Conclusie

De aanleg van zwembad Wolfslaar heeft een lange voorgeschiedenis, die teruggaat tot 1935, waardoor het 30 jaar duurde voordat het bad er kwam. De oorzaak van deze trage besluitvorming had te maken met conservatieve, katholiek gedomineerde gemeenteraden. Dit gold zowel voor de gemeente Ginneken als voor de gemeente Breda. Zwemmen werd gezien als zondig gedrag. Als er al een zwembad kwam, dan werden de twee geslachten streng gescheiden. Hierdoor waren de baden moeilijk commercieel te exploiteren.
Pas rond 1955 gingen katholieken in Brabant hier anders over denken. De stimulans voor de aanleg van zwembaden moest dan vaak komen van socialistische gemeenteraadsleden. Na 1955 gingen katholieke wethouders voluit meewerken aan de aanleg van zwembaden, omdat ze zagen dat families een grote behoefte hadden aan samen zwemmen. In een stad die ieder jaar groeit met 2000 nieuwe bewoners, meest kinderen, was zwemmen eerder noodzaak dan luxe.



Een tweede oorzaak van de trage besluitvorming was van stedenbouwkundige aard. Openluchtbaden hadden veel ruimte nodig en veel grond. Een plan van de gemeente Ginneken in de jaren dertig voor de aanleg van een groot zwembad in het Markdal ten zuiden van Breda verdween door de hoge kosten van grondverwerving in een bureaulade. Na de oorlog vatte de gemeente Breda het plan weer op voor een nieuw openluchtzwembad.
Toonaangevende stedenbouwkundigen zoals Bijhouwer en Verhagen werden begin jaren vijftig bij de plannen betrokken. Een bad in de nieuwe wijk de Heuvel ging niet door. Uiteindelijk hakte wethouder Meijs in 1955 zelf de knoop door met de aankoop van landgoed Wolfslaar, gelegen tegen het Ulvenhoutse bos op een unieke locatie. Een derde oorzaak voor het trage verloop was de uitblijvende toestemming van de provincie Noord-Brabant en de rijksoverheid. In de wederopbouwperiode hadden de gemeenten weinig vrijheid in het plannen van grote bouwprojecten. Zwembaden werden nog gezien als een luxe en woningbouw ging voor.



Een laatste oorzaak van vertraging was onenigheid in het ambtelijk apparaat van Breda. De dienst Openbare Werken legde de nadruk op het zwembad, de dienst Onderwijs en Sport wilde een multifunctioneel complex opzetten met meer sportvoorzieningen. Het kwam tot een compromis door toedoen van de wethouders Van Bijnen (KVP) en Vermeulen (PvdA).
Wolfslaar kreeg extra sportvelden en kon met recht een recreatieoord worden genoemd. Achter dit conflict zaten ook maatschappelijke veranderingen. Eerst was het bad opgezet als een veilig familiebad waar een kanovijver en een gracht omheen lagen. Dit concept paste bij de KVP die de stadspolitiek in deze jaren overheerste. In de jaren zestig kwam er voor de jeugd meer vrijheid en kon het zwembad groter, opener en multifunctioneel worden opgezet. Deze aanpassing in de plannen weerspiegelde ook de grotere welvaart. De soberheid van de jaren vijftig werd verlaten en het mocht allemaal wat groter en luxer zijn.
Breda beschikt daarom nog steeds over een prachtig aangelegd zwembad. Eromheen zijn voorzieningen voor andere sporten als beachvolleybal en jeu de boules. Het recreatie-complex Wolfslaar heeft grote cultuurhistorische betekenis als fraaie representant van de stedenbouwkundige ontwikkelingen aan het einde van de wederopbouwperiode. Samen met het Gemeentelijk Sportcentrum ‘De Scharen' markeert het zwembad het einde van de sobere wederopbouwperiode.
Tenslotte is het vijftigjarig zwembad een lieu de mémoire voor de duizenden Bredanaars die het bad hebben bezocht en in hun herinneringen koesteren.

nachtzwemmarathon 1979









Bijlage 1:

Kroniek van zwembad Wolfslaar 1965-2015

  • 1965
  • 5 juni zwembad Wolfslaar officieus geopend. 26 juni officiële opening door burgemeester Geuljans.
  • 1966
  • 364.000 bezoekers.
  • 1967
  • 443.000 bezoekers.
  • 1968
  • 528.000 bezoekers. Verwarmd zwemwater.
  • 1969
  • 562.000 bezoekers. Nederlandse zwemkampioenschappen.
  • 1970
  • 554.000 bezoekers. Door de grote drukte moeten waterpolowedstrijden uitwijken naar Het Ei
  • 1971
  • 542.000 bezoekers.
  • 1972
  • 408.000 bezoekers (slechte zomer).
  • 1973
  • 540.000 bezoekers.
  • 1974
  • 357.000 bezoekers. Eerste zwemvierdaagse.
  • 1975
  • 445.000 bezoekers. Entreekaartje kind: ƒ 1.50. Volwassene ƒ 3,00. Abonnement ƒ 30,00. Er komt een toezichtcabine voor de badmeesters, want door het verwarmde water is het bezoek bij slecht weer toegenomen.
  • 1976
  • 416.000 bezoekers. Gemeenten Nieuw-Ginneken en Breda denken aan een nieuw overdekt zwembad bij Wolfslaar. In gemeenteraad van 22 april 1976 is er sprake van clandestien zwemmen in het Galderse meer. Opening zwembad Wisselslag in de Hoge Vught met een overdekt bad van 50m. én een buitenbad van 50m.
  • 1977
  • 242.000 bezoekers.
  • 1978
  • 217.000 bezoekers. Heropening openlucht zwembad Het Ei.
  • 1979
  • 186.000 bezoekers.
  • 1979
  • Eerste nachtzwemmarathon ‘Wolfslaar'.
  • 1980
  • Sinds de opening bad hebben 15.770 mensen een zwemdiploma gehaald in Wolfslaar. Het 15-jarig bestaan wordt gevierd met grote speldag op 7 juni. De heer Karel van Brink neemt afscheid als directeur van de Bredase zwembaden.
  • 1985
  • Verwarming water zwembad met zonnecollectoren. Langlaufbaan uitgezet op de terreinen van het zwembad.
  • 1986
  • Gemeente Breda doet onderzoek naar privatisering zwembad Wolfslaar. Wolfslaar krijgt steeds meer concurrentie van het (gratis) Galderse meer.
  • 1987
  • 123.000 bezoekers. Isolatiedekens voor afdekking zwemwater in gebruik.
  • 1988
  • 138.000 bezoekers. Alle vijf de Bredase baden (Wolfslaar, De Spetter, Het Ei, Sportfondsenbad,Wisselslag) onder één beheerstichting. De Spetter was een klein overdekt zwembad aan de westkant van Breda.
  • 1992
  • Openlucht zwembad Het Ei gaat definitief dicht.
  • 1995
  • Grote renovatie wegens strengere wetgeving op het gebied van waterverversing en achterstallig onderhoud. Investering van ƒ 4.021.000. Instructiebad wordt verkleind en een deel van het terrein gaat naar een jeu de boulesvereniging. Op 1 juli 1995 gaat de gemeenteraad akkoord.
  • 1996
  • Op 25 april 1996 gaat de gemeenteraad akkoord met de overdracht van de kanovijver en een deel van het terrein van het zwembad aan een heemtuin. Op 25 mei gaat zwembad Wolfslaar weer open na de grote renovatie.
  • 1998
  • 3 hectare van zwembad Wolfslaar, waaronder de kanovijver, opnieuw ingericht als natuurtuin. Restaurant zwembad grotendeels gesloopt, het overblijvende deel wordt een vleermuizenkelder met daar bovenop een uitkijkplaats.
  • 2003
  • 500.000 bezoekers (zeer warme zomer).
  • 2006
  • 109.000 bezoekers. Subsidie gemeente Breda voor Wolfslaar: EUR 170.000.
  • 2007
  • 66.000 bezoekers. Optisport neemt ESG/Sportijn over en daarmee het beheer van de Bredase zwembaden.
  • 2008
  • 70.000 bezoekers.
  • 2009
  • 75.000 bezoekers.
  • 2010
  • 77.000 bezoekers.
  • 2011
  • 50.000 bezoekers. Gemeente Breda sluit een tienjarige exploitatieovereenkomst met Optisport voor het beheer van de Bredase zwembaden (en kunstijsbaan en racketcentrum).
  • 2012
  • 58.000 bezoekers.
  • 2013
  • 58.000 bezoekers.
  • 2014
  • 59.000 bezoekers. Wolfslaar krijgt een waterglijbaan op de ligweide.


De glijbanen van Zwembad Wolfslaar









BRONNEN en LITERATUUR
Bronnen
Stadsarchief Breda (SAB)
- Collectie Gooden
- Secretarie-archief 1945-1959
- Openbare Werken
- Microfiches Bredasche Courant> en Dagblad De Stem
- Sociografische Dienst
Archief Ontwerpbureau Kees Zwart BNO Stadsarchief Breda online (SAB online) op
www.stadsarchief.breda.nl
- Notulen gemeenteraad Breda en Ginneken-Bavel
- Fotocollectie

p

Historische kranten

- www.delpher.nl

Interviews

- Frank de Bruin (zoon van architect zwembad Wolfslaar)
- Huug de Bruin (zoon van architect zwembad Wolfslaar)
- Annie de Vos van Gerven (zwemsport jaren vijftig en zestig van de 20e eeuw)
- Anneke Welschen-Van Alphen (nachtzwemmarathon 1979)
- Kees Zwart (ontwerp huisstijl en logo Wolfslaar)

Literatuur - Andela, G., J.T.P. Bijhouwer, Grensverleggend landschapsarchitect (Rotterdam 2011).
- Blom, A. (red.), Atlas van de wederopbouw. Nederland 194019656. Ontwerpen aan stad en land (Rotterdam 2013).
- Brekelmans, F., ‘Het Landgoed Groot Wolfslaar' in: Jaarboek ‘De Oranjeboom' 17 (1964) p. 134-165.
- Brink, K.L. van, Baden en Zwemmen in Breda. Vanaf “Stove” (badhuis) 1400 tot de verwarmde open- en overdekte zwembaden in 1980 (Breda 1981). Ongepubliceerd manuscript, aanwezig in bibliotheek SAB.
- Doremalen, H. van, ‘Zwemmen, waar dient dat toch voor...'. Geschiedenis van de Tilburgse zwembaden (Tilburg 1995).
- Duijghuisen, Geschiedenis van Breda III. 1795-1960, Hoofdlijnen en accenten (Breda 1990).
- Gemeente Breda directie Ontwikkeling, Ruimte voor sport. Beleidsuitgangspunten en financieringsopties sportaccommodaties Breda (2014). Gepubliceerd op
www.breda.nl.
- Hoogstraten, D. van en B. de Vries, Monumenten van de wederopbouw 1940-1965: opbouw en optimisme (Rotterdam 2013).
- Korte, M. de, Sportaccommodaties. Categoriaal onderzoek wederopbouw 1940-1965 (Zeist 2005). In opdracht van Projectteam van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg. PDF versie te vinden op:
www.cultureelerfgoed.nl.
- Meijel, L. van en F. Ziegler, Cultuurhistorische gebieds-verkenning naoorlogse woonwijken Breda (1940-1970) (Nijmegen 2010).
- Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Rijksdienst voor het cultureel erfgoed, Beschermingsprogramma wederopbouw 1959-1965 (september 2013). Gepubliceerd op:

www.cultureelerfgoed.nl - Optisport, Sportaccommodaties Gemeente Breda. Businessplan Optisport Breda 2011->2021 (z.pl. 2009). Gepubliceerd op
www.breda.nl.
- Otten, G., Ach Lieve Tijd. Acht eeuwen Breda, de Breda-naars en hun vertier (Zwolle 1986).
- Overbeek, R. en J. Alberts, ‘Een gemeentelijk paradepaard uit de jaren vijftig. De bouwgeschiedenis van het openluchtzwembad De Papiermolen in Groningen (1949-1955)' in: De hervonden stad (2001) jrg. 6, p. 107-120.
- Raak, H. van (red.), ‘t Roode spook sluipt door Breda. 100 jaar sociaal-democratie in de Bredase politiek (Breda 2005).
- Rehwinkel, M., Een zwembad Roosendaal waardig. Een geschiedenis van het Roosendaalse zwemmen, 18871999 (Roosendaal 1999). Publicaties van het gemeente-ar-chief Roosendaal XXIII.
- Scharroo, P.W. en J. Wils, Gebouwen en terreinen voor gymnastiek, spel en sport. Handleiding voor den bouw, den aanleg en de inrichting (Amsterdam 1925). digitaal exemplaar op:
www.delpher.nl.
- Sectie D, Breda 2002 na 750 jaar (Breda 2002).
- Willems, J.M.J., ‘Zwemmen in ‘s-Hertogenbosch in de 19e en vroege 20e eeuw' in: Bossche Bladen (1998) nr. 4 p. 136-145.
- Willemsen, C. Het fundament. Kroniek van Sprangers Bouwbedrijf ~ Bouwers sinds 1796 (Breda 2011).
32. Foto uit 1999 van de ligweide bij het kleuterbad. Op de achtergrond de voormalige dameskleedkamers. (Bron: fotocollectie SAB JVG19990717042)

Bron: Stadsarchief gemeente BREDA