BREDA -
1823 - Opening RK-Gasthuis (voorloper St.-Ignatius) aan de Haagdijk.
1876 - Eerste stedelijke
ziekenhuis aan Nieuwe Huizen.
p.hamelink Petra Hamelink 12-11-08, 00:19 Laatste update: 05-04-17, 09:57 Bron: destem
1886 - Nieuw gemeentelijk ziekenhuis met Stadsapotheek aan de Schorsmolenstraat (huidige
GGD-gebouw).
1888 - RK-Gasthuis krijgt Breda's eerste operatiekamer.
1890 - Oudste Diaconessenhuis
(protestants) aan oorspr. Middellaan.
1894 - Opening van St.-Elisabeth Gasthuis - incl. operatiekamer - aan Haagdijk. Diaconessenhuis verhuist naar de
Nieuwe Huizen.
1893 - Ultramoderne nieuwbouw Diaconessenhuis aan Wilhelminasingel.
1902 - St.-Elisabeth Gasthuis installeert als eerste röntgenapparatuur.
1913 - Opening van St.-Laurensgesticht (incl. operatiekamer) aan de Ulvenhoutselaan in toenmalige gemeente
Ginneken en Bavel.
1923 - Nieuwbouw St.-Ignatiusziekenhuis aan Wilhelminasingel.
1942 - St.-Laurens door annexatie van Ginneken binnen de stadsgrenzen.
1958 - Diaconessenhuis naar nieuwbouw aan de Langendijk. St.-Laurensgesticht verandert, na reorganisatie, naam
in St.-Laurensziekenhuis.
1962 - 'Laurens' verbouwd tot volwaardig, modern ziekenhuis.
1970 - Eerste idee voor fusie Diaconessen- en Laurensziekenhuis tot 'interconfessioneel' ziekenhuis op twee
locaties.
1970-'73 - Mislukt fusieplan Ignatius en Laurens tot De Weegreis.
1977 - Fusieplan Laurens en Elisabeth Oudenbosch - met gezamenlijke nieuwbouw in Etten-Leur - ketst af.
1986 - Fusie Laurens en Diaconessen tot Interconfessioneel Ziekenhuis De Baronie (op locaties Ulvenhoutselaan en
Langendijk).
1990 - Ignatius verhuist naar nieuwbouw aan de Molengracht.
1993 - Fysieke samenvoeging 'Baronie' in nieuwbouw Langendijk.
1997 - Ignatius krijgt hartkliniek (1979) van med. centr. De Klokkenberg.
2000 - Fusie Baronie met Ignatius en Louis Pasteurziekenhuis (Oosterhout) tot Amphia Ziekenhuis (op drie
locaties).
2005 - Fysieke samenvoeging Thoraxcentrum en Amphia Molengracht.
2008 - Amphia telt in totaal 1368 bedden en medisch 250 specialisten. Aantal verpleegdagen (eveneens op drie
locaties): 280.000.
Historie van het gasthuis in Breda
In 1819 richten een paar belangrijke katholieke burgers een gasthuis op. Dit doen ze onder leiding van Ludovicus
Ingenhousz. Het is een 'bergplaats voor arme zieken' zoals ze zelf zeggen. Er is plaats voor zes personen. In
1826 neemt de religieuze vereniging 'Alles voor Allen' de verpleging over. Later worden zij ook wel
Franciscanessen genoemd. De zusters nemen al snel het initiatief over. Er worden meer en meer zieken
opgenomen.
Als het huis te klein wordt, kopen de zusters en regenten de naastliggende gebouwen. De medische wetenschap is
in deze tijd nog niet zo ver.
Er worden behandelingen gedaan zoals aderlaten, piskijken,
kruidenmengsels en zalfjes, en vooral bidden dat God mag helpen. En dat de zusters je goed zullen
verzorgen.
De armendokter van de gemeente Breda is verantwoordelijk voor de medische zorg. Vanaf
ongeveer 1850 beginnen de zusters ook steeds meer bejaarden op te nemen die niet meer zelf kunnen wonen. Zij
moeten daarvoor wel kunnen betalen. Later worden deze bejaarden ook wel 'pensionaires' genoemd. De zusters kopen
steeds meer huizen en tuinen aan. Zo ontstaat een groot gasthuis met boerderij, moestuin, wasserij, bakkerij en
verschillende werkplaatsen. In 1886 leggen de regenten hun functie neer en dragen het hele gasthuis over aan de
zusters.
Om in een lang gevoelde behoefte te voorzien nam wethouder J.F. Maassen in 1910 het initiatief tot het stichten
van een gesticht voor 'kostdames' ouden van dagen en zieken'. Hij stelde daartoe een terrein en een vorstelijke
som geld beschikbaar. Maar het gebouw zou niet op deze plaats tot stand komen.
Maassen had de pastoor van Ginneken, C. Rombouts, benoemd als adviseur van zijn stichting. Deze kwam met de
mededeling dat mevrouw de douairière jkvr. mr. Jan de Grez-Mahie voor datzelfde doel een veel geschikter terrein
had aangeboden, eveneens met een aanzienlijke som geld erbij, waar een gebouw van grotere opzet mogelijk
was.
Het terrein lag tegenover Villa Valkhorst aan de Ulvenhoutselaan, waar mevrouw De Grez woonde. Ter gedachtenis
aan haar overleden echtgenoot deed ze een tweede schenking zodat het gehele complex van gebouwen ineens
gerealiseerd kon worden. De Zusters onder de Bogen werden gevraagd voor de verzorging. Op de feestdag van de H.
Laurentius, 10 augustus 1912, legde mevrouw De Grez de eerste steen. Vervolgens schonk ze de kapel, waarvan de
aanbesteding al op 7 september 1912 plaatsvond. De plechtige opening en inzegening vonden onder grote
belangstelling plaats op 8 oktober 1913.
In de dertiger jaren werden vele uitbreidingsplannen gerealiseerd. Maar de grote uitbouw kwam pas na de Tweede
Wereldoorlog. Het oorspronkelijke pension was omringd door gebouwen, afdelingen van het ziekenhuis.
Ruimtegebrek hield de gemoederen voortdurend bezig. Rond 1966-1967 werd de ziekentribune van de kapel
afgescheiden en bij het ziekenhuis getrokken, als ruimte voor patiënten, die op hun operatie wachtten. In 1973
moesten de zusters zelfs hun klooster aan het ziekenhuis afstaan en in augustus van dat jaar verlieten de
laatste zusters het klooster. Enkele zusters die er nog een tijd werkten, vonden elders woonruimte.
In 1981 dreigde de afbraak van de kapel in verband met nieuwbouwplannen, waartegen de Stichting De Grez-Mahie in
het geweer kwam.
Toen het Laurensziekenhuis leeg kwam te staan en de gebouwen waren vervangen door een nieuw verzorgingshuis,
werd de bestemming van de kapel weer actueel. De Stichting De Grez-Mahie bleef zich inzetten voor het
voortbestaan van het voormalige Sint-Laurensgesticht en het landgoed Valkrust. Uiteindelijk werd overeen gekomen
dat de kapel van sloop zou worden gevrijwaard, hij is omgebouwd tot woonhuis.
Bronnen
Paul Huismans op www.bhic.nl
Gegevens: J. Smits, Vademecum van religieuzen en hun kloosters in Noord-Brabant, Alphen aan de Maas, 2010
Het Diaconessehuis aan de Wilhelminasingel tussen 1903 - 1957, in 1957 ging het nieuwe Diaconesse ziekenhuis aan de Langendijk open.
Historie van het Diaconessenhuis in Breda
In 1890 wordt het protestants-christelijke ziekenhuis voor zes patiënten geopend. Vier jaar later verhuizen ze
naar een iets groter pand. Zo kunnen protestanten uit heel West-Brabant zich in een protestants ziekenhuis laten
verplegen als ze dat willen. Ook dat pand is snel te klein. In 1902 bouwt komt er een nieuw huis met veertig
bedden.
Het Diaconessenhuis beleeft daarna tot ongeveer 1925 een moeilijke tijd. Er zijn geldproblemen en uitdagingen
met de organisatie. Ook zijn er te weinig diaconessen en is er niet genoeg geld om de medische ontwikkelingen
bij te houden. Na hard werken wordt het beter. Vanaf 1926 wordt er steeds gemoderniseerd, verbouwd en
uitgebreid. Vanaf 1931 is het lid van de Nederlandsche Conferentie van Diaconessenhuizen. Het
Ziekenfondsenbesluit (1941) zorgt ook weer voor een grote toeloop van patiënten. Het bestuur komt in 1942 tot de
conclusie dat dat verder opknappen en uitbreiden niet genoeg zal zijn. Er zal een nieuw en groter gebouw moeten
komen. Vanwege de inmiddels uitgebroken Tweede Wereldoorlog kan dat niet.
In de eerste jaren na de oorlog kan er niet gebouwd worden: woningbouw gaat voor. In 1957 gaat toch de eerste
schop de grond in voor een nieuw ziekenhuis met 167 bedden: het vernieuwde Diaconessenhuis.
Diaconessenhuis-1961.
1961 diaconessenhuis langendijk hoofdingang.
Diaconessenhuis (nieuwbouw) (1959)
Historie van het ziekenhuis in Breda
In de eerste jaren na de oorlog kan er niet gebouwd worden: woningbouw gaat voor. Ook willen de overheid en de
gemeente Breda onderlinge afstemming tussen de ziekenhuizen in Breda. Daar komt niet veel van terecht en ook dat
vertraagt de bouw.
In 1957 gaat toch de eerste schop de grond in voor een nieuw ziekenhuis met 167 bedden. Dan komt er ook een
aparte verpleeghuisafdeling met 33 bedden, de voorloper van verpleeghuis Aeneas. In en rap tempo komen er steeds
meer patiënten naar het nieuwe moderne ziekenhuis. In 1962 is meer dan twee derde van het patiëntenbestand
katholiek. Toch blijft het bestuur hechten aan de protestants-christelijke identiteit.
Het aantal patiënten stijgt en de medische zorg wordt steeds beter. Dus wordt het ziekenhuis in 1967 uitgebreid
tot 271 bedden. Ook dan is het ziekenhuis nog te klein is om in de toekomst te blijven bestaan. Daarom fuseert
het, na veel interne tegenstand, met het Laurens Ziekenhuis. Dat is ongeveer even groot en zit in hetzelfde
schuitje. Samen worden zij in 1986 het Interconfessioneel Ziekenhuis De Baronie.
Zusterhuis 'De Meer' werd in 1959 in gebruik genomen. In 1969 wordt de woongelegenheid van de verpleegkundigen
nog uitgebreid met woontoren 'De Boei'.
Historie van het ziekenhuis in Breda
Het ziekenhuis ontstaat uit een fusie tussen het Laurens Ziekenhuis en het Diaconessenhuis. Vanaf oktober 1986
wordt gezamenlijk vergaderd, en per januari 1987 is ook de boekhouding gezamenlijk. Het oude Laurens Ziekenhuis
zal worden gesloten, bij het voormalige Diaconessenhuis komt nieuwbouw. Eind 1993 is die klaar. In het nieuwe
huis is al rekening gehouden met de verschuiving van klinische naar poliklinische zorg.
Het Baronie Ziekenhuis heeft nu ongeveer 500 bedden. Dat is groot genoeg om ook medisch specialisten op te
kunnen leiden. In 1996 zijn voor het eerst enkele opleidingsplaatsen toegewezen.
Ondertussen gaan de fusiebesprekingen met het Ignatius Ziekenhuis en het Pasteur Ziekenhuis door. Er is vooral
veel weerstand bij de medische staf. Het Baronie Ziekenhuis wil twee gelijkwaardige ziekenhuislocaties in Breda
en één vestiging in Oosterhout. Elke locatie zou zijn eigen specialismen moeten krijgen. Er volgt een jarenlange
discussie. Onder druk van de rijksoverheid komt de fusie tussen de drie partners uiteindelijk tot stand. In 2000
wordt al een gezamenlijk jaarverslag uitgebracht. In 2001 wordt de fusie tot Amphia Ziekenhuis ook juridisch
afgerond.
Het ziekenhuis wordt nu 'Amphia, locatie Langendijk' genoemd.
En dan volgt de sloop van Amphia Locatie Langendijk.
Samen met Mgr. Hopmans heeft hij de zusters weten te bewegen tot de oprichting van een royaal opgezet gebouw.
Voor het ontwerp werden de gebroeders Willem en Jan Oomen in de arm genomen. Zij maakten deel uit van een
uitgebreide familie van architecten in Oosterhout en hadden ruime ervaring met het ontwerpen van kerken,
kloosters en scholen. Aannemer was M. Bakkeren te Princenhage.
Het terrein waarop het nieuwe Sint-Ignatiusziekenhuis zou moeten verrijzen was maar een moerassig gebied. Aan de
noordzijde (dus bij de latere Ignatiusstraat) lag een waterplas. Aan de zuidzijde (waar nu Mytylschool De Schalm
staat) was het niet veel beter. Ten zuiden van dat gebied lag nog een ander waterig terrein, mogelijk het
restant van een vestingwerk.
Direct voor de plek waarop het ziekenhuis gebouwd zou moeten worden, bevond zich ook nog de Hoogholltsloot,
terwijl achter het aangekochte terrein bovendien ook nog de Loopschans tot aan de latere Ignatiusstraat
liep.
De tekeningen voor het nieuwe ziekenhuis werden op 1 september 1918 door moeder Ignatia aan het bestuur
voorgelegd. Al snel bleek er onvoldoende grond beschikbaar te zijn.
Alsnog was het nodig extra grond aan te kopen van de gemeente Breda en een particulier. De Bredase raad nam op
16 april 1919 het verkoopbesluit.
De bisschop van Breda gaf de congregatie wat later toestemming om de grond bouwrijp te maken.
Op 29 april 1919 (exact 100 jaar na de start op de Haagdijk) ging de eerste spade de grond in en begon aannemer
Bakkeren uit Princenhage met de bouw. Later werd in het congregatiebestuur besloten tot het aangaan van een
geldlening met alle vaste goederen van de congregatie als onderpand. Die lening bezorgde het eerste miljoen. In
de notulen staat dan ook zorgelijk vermeld: “We zullen in ontzaglijke lasten zitten, maar met de hulp van God
hopen we het te kunnen voltrekken”.
Het kwam uiteindelijk ook goed. Het tweede benodigde miljoen dat nodig was kwam naast enkele leningen van
particulieren grotendeels uit de eigen fondsen van de zusters.

Precies een jaar later nadat men met de grondwerken en fundering was begonnen, werd op de
plaats van de latere hoofdingang de eerste steen gelegd door Maria Ignatia. Enkele maanden daarna kreeg zij de
definitieve offerte van de aannemer: ƒ 1.612.400! Daar zaten de betonwerken voor de fundering niet eens bij. Als
de zusters zouden afzien van de oorspronkelijk geplande zuidelijke kruiszalen (op de tekening hierboven) en de
kapel, zou bijna ƒ 317.000 bespaard kunnen worden.
De laatste optie werd gekozen: voorlopig werd geen kapel gebouwd en werden de kruiszalen aan de zuidkant
weggelaten.
Het kwam er dus als volgt uit te zien:

Toch was het ontwerp zonder deze bouwdelen ook al imposant genoeg. Het ziekenhuis werd -
vanaf de Wilhelminasingel gezien - 100 meter breed en 80 meter diep. De drie torens zouden 27 meter hoog worden.
De middelste toren zou dieper worden en een imposant trappenhuis bevatten, terwijl de vensters aan de voorzijde
van glas-in-lood zouden worden voorzien.
De werkelijke bouw zou hierna nog ruim 2 jaar gaan duren.

Toen de bouw van het ziekenhuis al een heel eind gevorderd was, kregen de zusters - onder druk van de bisschop -
toch andere gedachten over de bouw van een kapel.
In 1922 liet Moeder Ignatia haar bestuur weten “dat monseigneur verzocht ook de kapel te bouwen, dan kan het
andere nog tot afbouwen wachten”.
De ontwerptekening voor het bedehuis werd op 21 september van datzelfde jaar door de gemeente goedgekeurd, zodat
Mgr. Van Oers, vicaris-generaal van het bisdom en deken van de stad Breda, al op 11 november de eerste steen kon
leggen. De kapelklok werd op 19 maart 1923 door rector C. Corsmit ingewijd.

Eind 1922 was de voltooiing zover gevorderd, dat de noordervleugel van het nieuwe ziekenhuis in gebruik kon
worden genomen. De allereerste patiënten waren 3 zuigelingen die op 14 november door Moeder Ignatia
persoonlijk in een gasthuisrijtuig werden overgebracht van de Leuvenaarstraat naar de Wilhelminasingel. De
dagen erna kwamen de anderen. Daaronder bevonden zich ook de lekenverpleegsters, die sinds de start van de
verpleegstersopleiding (1905) steeds meer aan het bed verschenen. (De oudere medici zagen van een opleiding
het nut nog niet in, omdat ze er niets voor voelden hun hoge geheimen aan simpele vrouwenzielen prijs te
geven).
Het ziekenhuis was dus al volop in gebruik toen het officieel werd geopend. In de kronieken wordt de opening
als volgt aangekondigd:
Eindelijk brak de dag aan,waarop aan veler wensch werd voldaan en de kroon werd gezet op een gigantesken
arbeid van vele jaren, jaren van zorgen en tegenspoed. Het was op Dinsdag, 15 Mei 1923, des namiddags om 3
uur, in de tegenwoordige refter van de zusters, dat onder zeer veel belangstelling de plechtige officieele
opening plaats had van 't machtige St. Ignatius Ziekenhuis aan de Wilhelminasingel te Breda.
Volgens dezelfde kronieken waren onder meer de volgende vooraanstaande personen aanwezig:
Z.D.H. Mgr.Hopmans, bisschop van Breda;
Mgr.v.Oers, Vicaris, Generaal en deken der stad;
de hoogeerwaarde Heeren H.G.M. Schrauwen, Dr. A.G. Couwenbergh, en M.E.M.Pillot, kanunniken van het kathedraal
kapittel;
Dr.Drenth inspecteur der volksgezondheid van Noord Brabant;
Pelt Keunen, consul van België,
Ir.L.J.M. Feber lid der tweede kamer,
de burgemeester en de meeste gemeenteraadsleden.
Uiteraard hielden een aantal sprekers uitgebreid stil bij de gezondheidszorg in en om Breda en de rol van de
religieuzen daarbij. Directeur Klein Swormink schetste uitgebreid zijn toekomstbeeld: De ziekenhuisverpleging
hoorde niet meer als particuliere liefdadigheid beschouwd te worden en kon niet meer drijven op de inzet van
religieuzen alleen. Er moest ruimte komen voor lekenverpleegsters met dezelfde beloning als in de neutrale
ziekenhuizen. Ook religieuzen hadden recht op beloning, zo betoogde hij.
Dr. Struycken sprak namens de Maatschappij tot Bevordering der Geneeskunst. Met een blik naar de veranderende
tijd betoogde hij dat het eens tijd werd dat de religieuzen hun kleding zouden gaan veranderen. "Hun
oogkleppen hinderen hen bij het werk en hun lange rokken sleepen de bacteriën van het ene lokaal naar het
andere", zo zei hij. (deze woorden staan overigens niet opgetekend in de kroniek)
In de pers werd van alle toespraken uitgebreid verslag gedaan (zie volledige bewerkte tekst). Van de
openingsceremonie is - voor zover bekend - geen beeldmateriaal bewaard gebleven. Gelukkig nog wel een foto van
het notabelen-gezelschap:
27-11-1951 Mis ter gelegenheid van de eerste steenlegging van het R.K. Sanatorium De Klokkenberg Eerste steenlegging door Commissaris der Koningin prof. dr. J.W. de Quay.
Historie van het ziekenhuis in Breda
In 1943 ontstaat het idee om een sanatorium voor tuberculose-patiënten bouwen. Meteen na de bevrijding wordt
hiervoor een tijdelijk pand gebruikt in Tilburg. In juni 1954 wordt de nieuwbouw in Breda geopend. Het heeft 525
bedden. Tuberculose (tbc) is dan inmiddels goed te behandelen en verdwijnt langzaam. Daarom worden vanaf 1950
ook andere longpatiënten en astmatici behandeld. Ook daarvoor worden steeds betere behandelmethoden gevonden.
Mensen hebben daardoor geen lange opname meer nodig. Om de lege bedden te vullen komen drie klinieken tot
stand:
Schoondonck: voor astmatische kinderen (1959)
Dr. Hans Bergerkliniek: voor epileptici (1962)
De Mark: voor kinder- en jeugdpsychiatrie (1969)
In 1968 is de sanatoriumfunctie opgeheven.
Wat van de ziekenhuisfunctie overblijft is een kleine longkliniek die vanaf 1973 ook longoperaties uitgevoert.
Er wordt gesproken over samenwerking met de Bredase ziekenhuizen. Maar de Klokkenberg wil een zelfstandige
kliniek blijven. Ze zoeken opnieuw naar manieren om de vrije capaciteit op te vullen. Dan komt hartchirurgie in
beeld. Veel patiënten in Nederland wachtten namelijk op een hartoperatie. Een deel hiervan werd in het
buitenland (in Houston, Geneve en Londen) geopereerd. Dat kwam omdat de capaciteit van de hartchirurgische
centra in Nederland niet voldoende was.
In 1977 werd de Klokkenberg in Breda door de regering aangewezen als hartchirurgisch centrum. De wereldberoemde
hartchirurg Dr. Denton Cooley speelde toen een belangrijke rol. Zo gingen er Nederlandse medewerkers naar
Houston om daar te leren over speciale technieken in de hartchirurgie. Dr. Denton Cooley was hun mentor. Hij
kwam ook meerdere keren naar De Klokkenberg om daar hartoperaties uit te voeren. Na een moeizame startperiode
kan pas in 1981 echt begonnen worden met de opbouw van een hartkliniek.
In de jaren negentig verbeteren de behandelopties. Daardoor zijn er veel minder hartoperaties nodig. Dus
ontstaat er weer vrije capaciteit. Er is ontzettend veel expertise in de kliniek, maar toch kan het niet meer
zelfstandig blijven bestaan. In 1997 wordt de kliniek, op last van het ministerie, toegevoegd aan het
Sint-Ignatiusziekenhuis.